Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzen met zijne leer aldus voort: „Maar aan een ieg^ijV wordt de openbaring des'Geestes gegeven lot hetgeen ombaar is. Want dato wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en eenen auder het woord der kennis door denzelfden Geest. En eenen ander het geloof door denzelfden Geest, eu eeuen ander de gaven der gezondmakingen door denzelfden Geest. Eu eenen anderen de werkingen der krachten, en eenen andereu Profetie; en eenen anderen onderscheiding der' geesten, en eenen ander menigerlei talen, en eenen anderen uillegging, der talen. Doch al deze dingen werkt één en d zelfde Geest, deelende aan een iegelijk in het bijzonder gelijk Hij wil. Want gelijk het ligchaain een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit eene ligchaam vele zijnde, maar een ligchaam zijn! alzoo ook Christus. Want ook wij allen zijn door eeneu Geest tot een li-'chaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij 'dienstknechten, hetzij°vnjen, en wij zijn allen, tot eenen Geest gedrenkt. Want ook het ligchaam is niet een lid, maar vele leden. Indien de voet zeide: dewijl ik geen hand ben, zoo beu ik van het ligchaain niet; is hij daarom niet van het lichaam? En indien het oor zeide: dewijl ik geen oog ben, zoo ben ik van het ligchaam niet; is het daarom niet van het ligchaam ? Ware het geheele ligchaam oog, waar zoude bet gehoor zijn? Ware het t'eheele ligchaam gehoor, waar zoude de reuk zijn? Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van deselw, in het ligchaam gelijk Hij gewild heeft. Waren zij allen maar een lid, waar zoude het ligchaam zijn?" (Ik antwoordt: er zou slsdan geen ligchaam beslaan.) Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar eeu ligchaam En het oog kan niet zeggen tot de hand, ik heb u'niet van noode: of wederom het hoofd tot de voeten: ik heb u niet van noode. Ja veeleer, die leden die ons dunken de zwakste des ligchaams te zijn! die zijn noodig. En die ons dunken de minst aanzienlijke te zijn, doen wij' te overvloediger eer aan; en onze onzierlijke leden, hebben overvloediger verziering. Doch onze sierlijke leden hebben die niet van noode; maar God heeft het ligchaam alzoo zaoiengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen daaraan gebrek heeft. Opdat geen tweedragt in het ligchaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg dragen zouden. En hetzij een lid lijdt, zoo lijden al de leden mede; hetzij een lid geëerd wordt, zoo verblijden zich al de leden mede. En gijlieden zijt te zamen het ligchaam van Christus, en leden elk afzonderlijk. En God heeft er sommi»en in de gemeente gesteld, ten eerste: Apostelen; ten tweede; Profeeten; ten derde: leeraars; daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, hulpbewijzingen, regeringen, menigerlei talen. Zijn ze allen Apostelen? Zijn ze allen Profeeteu? Zijn ze allen leeraars? Zijn ze allen krachten? Hebben ze allen gaven der gezondmakingen? Spreken ze allen met menigerlei talen? Zijn ze allen uitleggers? Doch ijvert naar de beste gaven, en ik wijs n (daartoe) eenen weg die nog uitnemender is.

Uit het 13de vers van dit hoofdstuk zien wij, dat de Apostel spreekt ' tot de gansche kerk in die dagen; zij waren joden of heidenen, knechten of vrijen; iü een woord tot allen, die tot het ligchaam van Christus behoorden; terwijl hij hun aantoont, dat zijn ligchaam uit vele leden bestaat die door eenen Geegt tot een ligchaam gedoopt waren, en allen verschillende gaven deelachtig waren; den eeuen is die gave geschonken, eenen 1 anderen weer een andere gave, en dan wijst hij er uitdrukke.ijk op, dat een lid welke eene gave bezit, niet tot een' ander lid, die eene andere gave Jwzit, kan zéggen: ik heb n niet van noode.

Sluiten