Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch nu verneemt hij van God zeiven door middel van het volk Israëls, dat de Heere hem tot koning over Israël bevestigd had, en dat zijn koninkrijk hoog verheven werd om Zijns volks Israëls wille.

Het werk van Hiram had zijne werking in het hart en het geweten van David uitgeoefend. Hoewel hij ons zegt, dat zijn koninkrijk hoog verheven werd om Zijns volks Israëls wil, zoo schrijft hij dit toch aan God alleen toe. Het zijn niet de hoofdlieden, op wie hij bij gelegenheid van den nieuwen wagen het oog had, maar het is de Heere, dien hij erkent, en die hem als koning over Israël bevestigd had. Maar nu doet zich ook in den wandel van David een groot keerpunt kennen. „En de Filistijnen hoorden, dat David tot koning over geheel Israël gezalfd was, en alle Filistijnen togen uit om David te zoeken. En David hoorde het, en ging uit hen te gemoet. En de Filistijnen kwamen, en breidden zich uit in het dal Rephaïm. (vs. 8, 9.)

Hier zijn de legers der bitterste en machtigste vijanden van God en Israël ten strijde verzameld. Wat zal de Koning nu doen? Zal hij nu met vleesch en bloed, met de hoofdlieden en oversten te rade gaan? Zal hij nu den raad van God met dien der menschen vermengen? Zal hij nu, zooals vroeger, zeggen: „Indien het ulieden goed dunkt en van den Heere, onzen God, te zijn?" Neen, niets van dit alles. Hij had te duidelijk de groote barmhartigheid en het oordeel van God leeren kennen, dan dat hij nu ook maar voor een oogenblik op de macht van eenig schepsel zou vertrouwd en niet alles van God zeiven zou verwacht hebben. Hij redeneerde niet met zich zeiven, en richtte geen enkel woord tot zijne oversten, maar wendde zich onmiddellijk tot den Heere zeiven. „Toen vraagde David God, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen, en zult Gij hen in mijne hand geven? En de Heere zeide tot hem: trek op, want ik zal hen in uwe hand geven." God is nu de eenige, die gevraagd en gevolgd werd. En welke is de uitkomst? Een volkomen overwinning. „Toen togen zij op naar Baal Perazim,

Sluiten