Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdeelend", zooals Hij wil Nu heeft God de leden

gezet, een iegelijk lid in het lichaam, zooals Hij gewild heeft. (1 Kor. XII: 17, 18.) Helaas! dit alles heeft men uit het oog verloren, en de zich noemende kerken of gemeenten richten zich naar eigen goeddunken in, zonder op eenige wijze het Woord Gods tot grondslag te nemen.

Hoe onderscheiden daarvan is het gedrag van David! Hij volgt alleen den wil, den weg en het woord Gods. Hoe voortreffelijk hij de verschillende onderwijzingen van Gods oordeel geleerd heeft, toonen ons de woorden: „De Arke Gods zal niemand dragen dan de Levieten, want die heeft de Heere verkoren om de Arke Gods te dragen en om Hem te dienen tot in der eeuwigheid." Toen verzamelde David de kinderen Aarons en de Levieten voor het werk Gods, in plaats van tot zijne eigene plannen terug te keeren, en alles heeft een gelukkig en heerlijk verloop. Dit is altijd het geval, wanneer in plaats van de zwakke, dwalende meeningen der menschen God en zijn Woord erkend en opgevolgd wordt.

Toorts gebruikt de Koning niet alleen de rechte personen voor de dienst van God, maar draagt ook zorg, dat de priesters en de Levieten voor hunne hoogst gewichtige dienst practisch en persoonlijk toebereid zijn, opdat niet weer, zooals vroeger, een „scheure" of een tooneel des doods over hen gebracht worde. „En David riep Zadok en Abjathar, de priesters en de Levieten,..., en sprak ttft hen: Gijlieden zijt hoofden der vaderen onder de Levieten; heiligt u, gij en uwe broeders, dat gij de Arke des Heeren, des Gods van Israël, opbrengt ter plaatse die ik voor hem bereid heb. Want omdat gijlieden ten eerste dit niet deed, heeft de Heere, onze God, onder ons een scheure gedaan, omdat wij Hem niet gezocht hébben naar het recht.''''

De ordening in het Huis Gods is thans, dat Christus de geloovigen tot een koninkrijk, tot priesters zijnen God en Yader gemaakt heeft; (Openb. 1: 6.) en de Apostel Petrus verklaart, dat zij een geestelijk en koninklijk priesterdom zijn. (1 Petr. II: 5—9.)

Sluiten