Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moge de Geest Gods u kracht geven, de verzoekingen des satans te weerstaan!

Ik behoef nauwelijks op te merken, dat in gevallen, waar de bekeering eerst na het huwelijk plaats vindt, de zaak wezenlijk veranderd is. Daar zal b. v., geen gewetenswroeging zijn. En hoewel zich ook hier ongetwijfeld moeielijkheid, verlegenheid en ellende zal opdoen, zoo kan de ziel toch met vrijmoedigheid de droefheid en zorg in de tegenwoordigheid des Heeren brengen; en wij weten, hoe bereid Hij is te vergeven en de ziel, die hare dwaling erkent, in zijne gemeenschap te herstellen en van alle onreinheid te reinigen. Dit kan een ieder, die na zijn huwelijk tot God bekeerd is, tot troost strekken. Bovendien heeft de Geest Gods voor den zoodanige een bijzondere aanwijzing en een gezegende vertroosting in het Woord gegeven: „Indien eenig broeder een ongeloovige vrouw heeft, en dezelve tevreden is bij hem te wonen, dat hij ze niet verlate; en een vrouw, die een ongeloovigen man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate. Want de ongeloovige man is geheiligd door de vrouw, cn de ongeloovige vrouw is geheiligd door den man; want anders waren uwe kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.... Wat weet gij, vrouw! of gij den man zult zalig maken ? Of wat weet gij, man! of gij de vrouw zult zalig maken." (1 Kor. VII : 12—16.)

2. Beschouwen wij nu het „ongelijke juk" ten opzichte van de handelsbetrekkingen.

Hoewel zulk een juk, omdat het gemakkelijker te verbreken is, niet zoo bedenkelijk schijnt als het eerste, zoo is het evenwel een bepaalde hinderpaal voor het getuigenis van een geloovige. Wanneer een Christen zich uit handelsbelangen met een ongeloovige verbindt, of lid eener wereldsche firma wordt, geeft hij zijne eigene verantwoordelijkheid prijs; want van dat oogenblik af ziet men

Sluiten