Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de handelingen der firma zijne eigene; en in dat geval kan van een handelen naar hemelsche beginselen geen spraak meer zijn. De wereld zal toch altijd, om zaken te kunnen doen, naar middelen omzien, die het tegenovergestelde zijn van den geest en de beginselen van het koninkrijk , waartoe de geloovige behoort, en van de Gemeente, waarvan hij lid is. Al doet hij ook al zijnen invloed gelden, om de wijze van handeldrijven te verchristelijken, nochtans zal men hem dwingen, zijne zaken evenals iedereen in te richten, zoodat hem niets anders overblijft, dan in stilte zijne verkeerde en moeielijke positie te beklagen, of de verbintenis te verbreken, misschien tot groot nadeel voor hem en zijne familie.

Is het oog eenvoudig, zoo zal men zeer goed weten, wat men te doen heeft; doch, helaas! reeds het aangaan van zulk een verbintenis bewijst het gebrek aan een eenvoudig oog; en de omstandigheid, dat een geloovige zich daarin bevindt, toont klaarblijkelijk het gebrek aan geestelijke vatbaarheid tot erkenning van de Waardij en de macht der goddelijke beginselen, die er hem moesten uitbrengen. Nooit zal iemand, wiens oog eenvoudig is, zich met een ongeloovige kunnen verbinden, om zich daardoor geld te verschaffen; want de zoodanige houdt de verheerlijking van Christus in het oog, en weet, dat hij dit doel door de overtreding van een goddelijk beginsel niet bereiken kan.

' En indien de intrede van een Christen als deelhebber in een wereldsche firma niet tot verheerlijking van Christus kan strekken, zoo bevordert hij daardoor ongetwijfeld de doeleinden des satans. Er is geen middelweg, en het is duidelijk, dat in zulk een geval Christus niet verheerlijkt wordt, want zijn woord zegt: „Trekt geen ongelijk juk aan met den ongeloovige." Dit beginsel kan nooit overtreden worden zonder ons getuigenis te schaden en den geestelijken

Sluiten