Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een afschuwelijke huichelaar en farizeër zijn. Wanneer God echter in zijne nederbuigende goedheid en oneindige genade tot mij zegt: „Ik heb u in den persoon mijns Zoons Jezus Christus met Mij verbonden, en daarom zijt heilig, verwi^tór u van de boozen, ga uit het midden van hen, en scheid u af," dan ben ik verplicht te gehoorzamen, en mijne gehoorzaamheid is de openbaring van mijn karakter als heilige — een karakter, dat ik niet bezit uithoofde van eenige goede eigenschap in mij, maar eenvoudig omdat God mij door het kostbare bloed van Christus in zijne nabijheid gebracht heeft.

Farizeïsme en goddelijke heiliging zijn twee zeer verschillende dingen; en toch worden zij dikwijls met elkander verward. 'Zij, die de plaats van afzondering, welke het volk van God betaamt, innemen, worden meestal van verheffing boven hunne medemenschen beschuldigd. Deze beschuldiging heeft haar oorsprong in het niet begrijpen van het bovengenoemde onderscheid. Als God de menschen tot afzondering vermaant, dan geschiedt dit op grond van hetgeen Hij aan het kruis voor hen gedaan heeft, waar Hij ze in den persoon van Christus in een eeuwige vereeniging met Zich gebracht heeft. Wanneer ik mij, op grond van hetgeen ik in mij zei ven ben, afzonder, dan zal dit, vroeg of laat, als zinnelooze aanmatiging openbaar worden. God gebiedt zijn volk, heilig te zijn, op grond van hetgeen Hij is, aangezien Hij zegt: „Zijt heilig, want Ik ben heilig." Dit is klaarblijkelijk geheel iets anders, dan wanneer ik zeg: „Ga uit den weg, want ik ben heiliger dan gij." Als God de zijnen met Zichzelven in verbinding brengt, dan heeft Hij het recht, hun voor te schrijven hoe zij zich gedragen moeten, en zij zijn verantwoordelijk zijne geboden te gehoorzamen. De afzondering van den geloovige is daarom de diepste ootmoed. Niets is meer geschikt iemand in het stof te doen buigen, dan het verstaan van

Sluiten