Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de stellingen van den heer Gerhard is Spencer geen vreemdeling.*) Het welaijn der gemeenschap wordt basis der zedelijke autoriteit.

En als Kant de these formuleert, dat wij zoo zullen handelen, dat de principia van onzen wil kunnen dienen als een systeem van algemeene wetgeving, dan is ook bij hem zelfs de societas de controleerende macht over den individu, het universeele de autoriteit van het individueele.2)

Gemakkelijk zouden de voorbeelden te vermeerderen zijn en steeds zou het blijken, dat bij alles waardoor deze systemata zich onderscheiden, zij toch dit gemeen hebben, dat zij wat de zedelijke autoriteit betreft, eene relatie op den voorgrond stellen tusschen twee factoren, waarvan de eene, de veelomvattende groote, de andere het individu is. De autoriteit wordt dan gelegd in den grooten factor, waarin de kleine opgesloten ligt. Het geldt steeds het geheel en het deel, de societas en haar leden.

!) t. a. p. Stelling III. Zedelijkheid is de gemeenschappelijke eigenschap van alle handelingen en gevoelens, die middellijk of rechtstreeks gericht zijn op het welzijn der levende gemeenschap en dat der toekomstige geslachten, of ten minste dat welzfjn niet schaadt. Ergo is alles wat daaraan nadeel berokkent of berokkenen kan, onzedelijk.

Stelling IV- Zedelijkheid is een sociaal begrip, aan evolutie onderworpen; haar oervorm b|j het dier is het sociaal instinct enz.

*} Kant. Kritik der praktischen Vemunft, hcrausgegeben von Karl Kehrbach, Leipzig, Philipp Reclam. S. 36, § 7. Handle so, dasz die Maxime deines Willens jederzeit zugleich als Princip einer allgemeinen Gesetzgebung gelten könne.

Sluiten