Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van het substantieele leven doordrongen is1). En Martineau constateert, dat wij ons geplaatst vinden in de tegenwoordigheid van Eenen, die moreele affiniteit met ons en heerlijk recht over ons heeft2).

En ook het populaire volksbesef omschrijft dit feit als de stemme Gods beluisterd in het zieleleven.

In de zedelijke autoriteit, die over ons uitgaat deinen de levenswateren van den Oneindige tegen de kustlijn van het eindige. Het is de onzienlijke wereld, die roert aan het leven onzer ziel, de lichtglans van den Heilige dringend door de kieren van de gesloten vensters der zondaarsziel.

Neen, het is niet ons ik, dat zijn eigen schaduw speurt, maar de souvereiniteit Gods zich openbarend als zedelijke autoriteit. Zij is van hoogere orde dan alle menschelijk gezag, individueel of collectief. Socrates deed tegenover het staatsgeweld, dat hij als Griek vereerde, op haar een beroep met het schoone woord: „ik zal Gode meer gehoorzaam zijn dan ulieden3). En op diezelfde autoriteit hebben zich beroepen al

') a. a. O. § B16.

*) Types of ethical Theory, Oxford, 1889, Vol. II, p. 105. In the absence of society or human coinpanionship, we are thus still held in the presence of One having moral afflnity with us, yet solemn rights over us; by retiring into ourselves, we flnd that we are transported out of ourselves, and placed beDeath the light of a diviner countenance.

8) Apologia, 29, d. 'Ey&tJp&f, £ avêpei; 'ASifvatfo/, iurKa.tioy.xi ufo kcO

Sluiten