Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelde liefde de zielen toevertrouwen, die hij tevergeefs gesmeekt heeft zich met God te laten verzoenen, die hij met groote schreden en eene huiveringwekkende onverschilligheid in den afgrond ziet nederdalen? Aan wien zal hij voor zijne vernederde eigenliefde en zijne gekwetste gevoeligheid eene heiligende vertroosting vragen, die voor zijn gewond hart een balsem is even zuiver als zacht ? Tot welk gesternte aal hij het oog opheffen om eenen veihgen weg in het midden van de zee des levens te vinden, waar de hand des menschen geen weg heeft gebaand ?

Maar laat ons het gebed niet eenig en alleen als een voorrecht beschouwen; het is een plicht voor iederen christen, het is een wezenlijk deel van het herderlijk ambt, zeggen wij, en hoe vertroostend is niet deze gedachte voor den evangeliedienaar, die genoodzaakt is te erkennen dat er weinig geestdrift voor zijn werk is en de vruchten zijner bediening schraal zijn! Hoe kostelijk is het hem dan zich opnieuw aan te gorden , met het priesterambt der Oude Bedeeling, waarvan de oude attributen in de Nieuwe Bedeéling zijn verdwenen! Wat voelt hij zich gelukkig, als hij zijne smeekingen, die hij tevergeefs tot de menschen gericht heeft, tot God mag opheffen, in wien hij altijd zeker is een aandachtigen en welwillenden toehoorder te hebben. Wel treedt hij als ootmoedig zondaar met gebogen voorhoofd de heilige plaats binnen, maar hij treedt haar toch binnen; hij neemt de oneindige verdiensten van Jezus Christus en den aan zijn ambt gewaarborgden zegen Gods met zich mede, en is, als de Hoogepriester der Oude Bedeeling, de voorspraak van zijn volk bij den Heer. Ja, mijne broeders, het gebed voor de schapen uwer kudde is eene der werkzaamheden van uwe bediening, gelijk het dat was bij den Oversten Herder, en zeker eene van zijne voornaamste bezigheden in zijn eenzame uren geweest is. „De Satan heeft u zeer begeerd te ziften als de tarwe", aeide de Heer tot Simon, „maar ik heb voor u gebeden dat

Sluiten