Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE LEERREDE.

Gezongen: Ps. 150: 1—3. Ps. 51: 4.

Ik geloof in God, den Vader,' den Almachtigen, Schepper des hemels en der aarde. (1)

Weest hartelijk gegroet in God, den almachtigen Vader, geliefde Broeders en Zusters, bij het begin dezes jaars. Het oude jaar is voorbij; wel komen de dooden weder; want God zal hen uit de graven te voorschijn roepen; maar het verloopen jaar keert niet terug. Hier boven echter ligt een boek, en daarin ' staat alles, alles opgeschreven ; al mogen wij alles vergeten, de Alwetende vergeet niets! Hier boven ligt een register, een zonden- en schuldregister; hier boven ligt een boek des levens. Hier boven is een gedenkboek voor God; daar wordt niet vergeten, wat de slechten voor boosheid gedaan hebben, maar evenmin de tranen die de oprechten voor Hem geweend hebben. De tijd snelt voort, en wij mede met den lijd, totdat het heet: »Menschenkind, geef bevel aan uw huis, want gij zult sterven!" Alsdan is het onmogelijk iets te herroepen van al hetgeen wij gedaan hebben.

Laten wij God voor Zijne barmhartigheid danken, dat Hij ons een eeuwig Evangelie gaf, opdat allen die in den naam van den Heere Jezus gelooven, niet zouden verloren gaan. Laten wij toch niet vergeten, dat dit eeuwig Evangelie er is voor allen, die verbroken zijn voor de wet Gods. In velerlei opzicht zegt men: »het is te laat;" maar ook heden is het nog niet te laat, om aldus aan te vangen dat het hart verbroken ligge voor God, den Alwetende, en dat wij ons buigen voor Zijne Souvereiniteit; het is niet te laat om ook in dit jaar te beginnen als een bedelkind, bedelende om eeuwige gerechtigheid.

M. G.! De Heere God kan zóó niets met ons beginnen: er

(1) Gehouden 1 January 1859, voormiddags.

Sluiten