Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standigheid gaf en bijna een eeuw in werking bleef.

Uit deze korte mededeelingen blijkt reeds voldoende, dat de kerk niet vrij was in hare beweging, dat zij hare eigene zaken niet regelen kon zooals zij zulks, nuts met eerbiediging van de wetten des lands, wenschen zou, maar dat zij ook in hare eigene regeering van de overheid afhankelijk en aan haar onderworpen was. Wij willen daarop hier niet nader ingaan, hoewel wij herhaaldelijk nog gelegenheid zullen hebben blijken daarvan te zien. Alleen moeten wij hier opmerken, dat de kerk geen overheidsbemoeiing in hare eigene zaken mocht dulden, indien zij namelijk aan hare beginselen, die zij in hare beÜjdenisschriften had uitgedrukt, getrouw zou blijven Met de belijdenis der kerk op dit stuk hebben de overheden, de lage zoowel als de hooge, nagenoeg nooit rekening gehouden noch willen houden. Zij hebben steeds de kerk onder hare heerschappij doen bukken, niettegenstaande het vaak hevig verzet van kerkelijke vergaderingen en personen. Zij hebben hare rechten op allerlei wijze geschonden, zich met hare inwendige aangelegenheden vaak op de kleingeestigste wijze bemoeid en daardoor de kerk belet hare belijdenis ten volle te handhaven en in toepassing te brengen.

* # *

De Gereformeerde kerk was een belijdende kerk. In verschillende synoden, het laatst in die van 1618/19, verklaarde zij den Heidelbergschen catechismus en de Nederlandsche geloofsbelijdenis voor de uitdrukking van haar geloof en gaf daarmede dus te kennen, dat de leer, die zij als de ware erkende, in deze beide geschriften stond uitgedrukt. Tegenover de dwalingen der Remonstranten stelde laatstgenoemde synode, terwijl zij deze in strijd verklaarde met Gods Woord en de leer der kerk, de zoogenaamde

• l Ygi' mi,n wetlcie: »De organisatie der Ned. Herv. Kerk, beschouwd

in het licht van belijdenis en geschiedenis". Utrecht 1905.

Sluiten