Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kerkeraad dan de censura morum hield en, zoo het noodig bleek, tucht oefende. In al zijne beraadslagingen en besluiten was de kerkeraad gehouden te handelen overeenkomstig Gods Woord, de belijdenisschriften en de kerkelijke reglementen. Dat dit ook inderdaad altijd geschiedde, zal niemand beweren.

Eenige naburige kerken waren vereenigd tot eene classis. De beslissing, tot welke classis eene kerk zou behooren, stond aan de synode, maar soms grepen de Staten der provincie in op dit recht. Volgens de Dordtsche kerkenordening moest er minstens om de drie maanden eene vergadering der classis gehouden worden. Sommige classen, zooals bijv. Gorinchem, Brielle, Woerden en Buren, vergaderden slechts driemaal in 't jaar, andere daarentegen vijf-, zes-, zeven-, ja zelfs achtmaal. Alle predikanten waren lid der classicale vergadering, terwijl meestal iedere kerk één ouderling mocht afvaardigen De ouderlingen ontbraken echter dikwijls en in 1678 vernemen wij de klacht: „veel ouderlingen verschijnen zelden of noyt in de Glassicale vergadering, en dan alleen, als haer onkosten ruym goedt gedaan wofden". Het moderamen der vergadering bestond altijd uit predikanten. De classicale vergadering bestuurde eenige- samen verbonden kerken en waakte voor dezer belangen; zij behandelde alleen kerkelijke zaken, die betrekking hadden op de gemeenten, welke tot de classis behoorden. Zij deed uitspraak in hooger beroep over besluiten van kerkeraden, oefende tucht, tot afzetting toe, over predikanten, die zich misgaan hadden of onzuiver in de leer bleken, waakte zooveel het in haar macht was en op haar weg lag voor de handhaving der belijdenis, examineerde candidaten, zoowel praeparatoir als peremptoir, ter toelating tot den Heiligen Dienst, approbeerde de be-

*) In Friesland zonden de stadsgemeenten twee oudedingen. In de classicale vergadering van Brielle daarentegen had naast alle predikanten der classis slechts één ouderling, en wel uit de stad Brielle, zitting.

Sluiten