Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijd heeft gekost. En zou dan niet de herstelling en de vestiging eener Roomsche Hiërarchie in den Staat onder de Regeering van het Doorluchtig Stamhuis van Uwe Majesteit velen krenken in hunne dierbaarste overtuiging?

Twee eeuwen zijn reeds over den vroegeren strijd heengegaan en hebben den afstand tusschen het Protestantsche en RoomschKatholieke gedeelte der bevolking verminderd; gelijke rechten, gelijke bescherming, gelijke vrijheden aan beide deelen der Natie gewaarborgd, maar haar Protestantsch karakter heeft zij daarbij niet verloren.

Dit is de vrucht van hare geschiedenis. — En hebben in den jongsten tijd de eischen, heeft de toon en de houding der RoomschKatholieke bevolking reeds bij velen achterdocht en ontsteltenis verwekt: hoeveel te sterker zal de naijver en spanning worden, hoeveel dieper de scheiding, hoeveel verderfelijker en gevaarlijker voor den bloei en de welvaart des vaderlands de strijd, wanneer in die openlijk optredende en erkende Hiërarchie, het Ultramontanisme zich tegenover het Protestantisme zal plaatsen, het als uittartende en dagende tot den strijd, niet slechts op het gebied van Godsdienst of onderwijs, van geschiedenis of letterkunde, maar vooral op dat van den Staat zelve.

Waar toch het Utramontanisme zich vestigt en uitbreidt, daar voert het met stelstelmatige minachting der rechten van andersdenkenden, strijd tegen het Protestantisme. Reeds openbaren zich de teekenen van dien strijd, en gewis zal het gevaar van dezen toestand vermeerderd worden, als de invoering der Bisschoppelijke Hiërarchie door vereeniging en concentratie, nieuwe kracht aan het Ultramontanisme zal bijzetten.

Zij voegen hier niets meer bij.

De voorouders Uwer Majesteit, aan wie Nederland naast God zijn bestaan en bloei verschuldigd is, hebben het ondervonden en hunne geschiedenis is hier de meest welsprekende getuige.

Het is om alle deze redenen, dat de ondergeteekenden Uwer Majesteit eerbiediglijk verzoeken, dat door Hoogstdezelve, volgens de macht, bij art. 65 der Grondwet den Koning toegekend, de vergunning niet worde gegeven tot het aannemen van den titel, rang of waardigheid van Metropolitaan-Suffragaan-Bisschop van eenig gedeelte onzes Vaderlands, door eenen vreemden vorst verleend, en dat in den geest der Grondwet, welke de onzijdigheid der Regeering jegens ieder Kerkgenootschap vordert, geene de Protestanten krenkende erkenning van den Paus van Rome, als Opperhoofd der Kerk, door de Regeering moge plaats hebben.

Zij vragen zulks met te meer aandrang, omdat de Bisschoppelijke waardigheid verplichtingen oplegt, bij eede aan eene buitenlandsche macht bezworen, en de Bisschoppen verbindt, ook nog

Sluiten