Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inaugureele rede, naar ik hoop, overtuigd, indien zulks nog noodig was. Hier wil ik u aanwijzen, dat dit vak groote waarde en beteekenis heeft voor uwe aanstaande roeping als evangeliedienaren. De theoretische eischen, welke de wetenschap u stelt, en de practische eischen, welke uwe aanstaande roeping van u vordert, strijden niet met elkander, maar staan met elkander in het nauwste rapport. De praktijk moet leeren van de theorie, gelijk aan den anderen kant de theorie op de practijk gebouwd moet zijn. De Oud-Christelijke Letterkunde is voor den prediker van het hoogste gewicht, daar hij geen vreemdeling mag zijn in de tijden, waarin de oorsprong en de eerste ontwikkeling van het Christendom gezocht moeten worden. Geschiedenis van den Christelijken godsdienst, Dogmengeschiedenis, Dogmatiek rusten op de resultaten, welke onze wetenschap biedt. De beginselen van het Christendom in en buiten het Nieuwe Testament moet de christenprediker grondig kennen. Hij moet er in leven. Hij moet er over spreken. Hij moet er later onderwijs in geven. Boven alles is de Oud-Christelijke Letterkunde voor ons van het hoogste gewicht, omdat het Nieuwe Testament daartoe behoort, dat het belangrijkste onderdeel daarvan is. Wie het deel zal kennen, moet met het geheel uitnemend vertrouwd zijn. Dit is een eenvoudige eisch der wetenschap.

De wetenschappelijke beoefening van de Oud-Christelijke Letterkunde in het algemeen en van het Nieuwe Testament in het bijzonder is voor u van de hoogste waarde, daar gij als evangeliedienaren ook mannen der wetenschap moet zijn. Ook op mijn terrein moet ik u van de waarheid doordringen, dat tusschen godsdienst en wetenschap geen conflict, maar vrede, eendracht en samenwerking moeten bestaan. Al is de kwestie van de verhouding tusschen geloof en wetenschap nooit uitgedacht en zal zij voortdurend tot velerlei moeilijkheden en bezwaren aanleiding geven, toch moeten ook wij op beiden

Sluiten