Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ethiek te beschouwen. In dat derde deel wordt het Christelijk geloofs- en zedelijk leven naar zijn ideaal geschilderd en worden de grondbeginselen, door den Heer in het Nieuwe Testament uitgesproken, nader ontwikkeld. Wij hebben dan een litterarisch, een historisch en een philosophisch deel. Afkeuring verdient het, om van Litterarische, Historische, Philosophische of Dogmatische of systematische en van practische Theologie te spreken. De Theologie is als Theologie noch litterarisch, noch historisch, noch philosophisch, noch praktisch. Als men eene practische Theologie aanneemt, kan iemand vragen, of er ook eene theoretische Theologie bestaat. Men heeft voorgesteld , het litterarisch deel in de Encyclopedie als een onderdeel van het historisch deel te beschouwen. Zoo deed b. v. Hugenholtz (Theol. Tijdsch. 4878, bl. 435). Met Rauwenhoff (Theol. Tijdschr. 1878, bl. 468) erkennen wij, dat dit ook hier in sommige gevallen de voorkeur verdienen zou. Niet alle godsdiensten hebben kenbronnen of kenbronnen, die de moeite der afzonderlijke behandeling waardig zijn. Maar het is het eigenaardigê der godsdiensten, dat, voorzoover zij oude oorkonden bezitten, er door de belijders dier godsdiensten aan die oorkonden eene bijzondere beteekenis wordt gehecht. Dit geeft dus aan de studie van de bronnen, vooral van die, welke op den oorsprong van eenen zekeren godsdienst betrekking hebben, eene buitengewone waarde en rechtvaardigt die afzonderlijke behandeling, waartoe een zelfstandig deel als vanzelf aanleiding geeft.

Het vierde of zg. praktische deel neem ik niet in de Encyclopedie der Christelijke Theologie op. Gewoonlijk zegt men, dat in het vierde deel over de instandhouding van den Christelijken godsdienst gehandeld wordt. Doch alzoo is in dat vierde deel niet de Christelijke godsdienst de hoofdzaak, maar datgene wat ten behoeve van dien godsdienst gedaan wordt. Daarenboven heeft datgene wat in het vierde of practische deel

Sluiten