is toegevoegd aan je favorieten.

Genade voor genade

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste schrede werd gezet op een baan, waarvan zich loop en duur onmogelijk berekenen liet, maar waarop sinds dien dag telkens de aanleiding keerde om den Psalm van Gods trouw te herhalen, en nu eindelijk, niet ver van het einde, de veertigste mijlpaal bereikt is — verstaat gij het niet, Gel., hoe de gedachten worden vermenigvuldigd daarbinnen, en het vochtig oog nog eenmaal naar dit Psalmwoord zich richtte? »'kZal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên" — aandoenlijk, van die kleine schaar, die toen medezong, zwijgt thans bijna iedere tong in bet stof; de plek, waar ik eerst gezaaid heb, kent mij niet meer, en de jonge man, op wien toen zooveel oogen met blijde verwachting gevestigd waren, is, na een afmattend leven, reeds vroegtijdig grijsaard geworden, in eigen gevoel niet veel meer dan een schaduw van zijn eigen voorleden. Maar ziet, op die schaduw valt heden in verhoogden glans het vriendelijk licht der goedertierenheid Gods; de oude zangers verstomden, maar de oude Psalmtoon ruischt voort, en als hij ophoudt, meent de man, wien het geldt, de stem van het Voorleden te hooren: »de Heer uw God heeft u gezegend in het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zoo groote woestijn; deze veertig jaren is de Heer uw God met u geweest, geen ding heeft u ontbroken" Neen waarlijk, geen ding heeft ontbroken, evenmin het dageüjksch Manna als het levend water; de wolkkolom des daags noch de vuurkolom des nachts; de tent der zamenkomst noch het woord der getuigenis; de graven der woestijn noch de Nebohoogte, niet ver van de grenzen. En hij, die dat getuigen kan, zou zijn God niet prijzen, en aarzelen de wekstem te volgen: »Gij zult gedenken al des weegs, dien u den Heer heeft geleid"? Vergeeft mij, Gel., voor zoo ver hier iets te vergeven mócht

1) Deuter. 8: 7.