Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wat vraag ik, Gel., waar het antwoord der ervaring ook hier als een lichtstraal in de duisternis schittert en profeteert van een glansrijk verschiet, der zaak van Christus verzekerd? Ja verzekerd, zoolang dit althans onwrikbaar blijft vast staan, dat zijne volheid onuitputtelijk en de behoefte aan genade onsterfelijk is, maar nergens buiten Hem bevrediging vindt. Met reden zoudt gij het hoofd schudden, zoo gij in ernst de vrees hoordet uiten, dat binnen kort de lieve zon haar warmtevermogen verhezen zou, of dat de wijde zee zoo op hare bedding ging opdroogen, dat de gemeenschap tusschen de oude en de nieuwe wereld bedreigd werd. En nu, wat niemand ducht in het rijk der natuur zoudt gij werkelijk duchten in het rijk der genade; dezen koningsadelaar onder de Apostelen hebben zij met al hunne pijlen nog niet éen wiek kunnen afschieten, en de zon, waarin hij staarde, zouden zij aan den trans kunnen blusschen? Neen, voorwaar, daar is slechts éene zaak die hopeloos staat, de zaak van het ongeloof; de Christus heeft éen vijand, den Antichrist, maar twee Bondgenoten, éen daarboven op den troon, êen hierbinnen in elk sprekend geweten. Te midden van zooveel stoute Christusverwerping ter eene, en dorre begripsvergoding ter andere zijde, rept de engel met het eeuwig Evangelie van genade voor genade zijne onverzwakte vleugelen door het onstuimig hemelzwerk voort. Johannes mag heengaan in vrede, de Christus leeft en regeert tot in eeuwigheid!

Neen, zijn Rijk heeft geen einde, maar waar staat dan ook ten slotte de grens van het uitzicht, een iegelijk der zijnen verzekerd? Waar — ik zal het u zeggen, daar waar de grenzen staan, beide der volheid en der genade van Christus, en deze zijn nergens te vinden. Na al de genade komt nog een laatste, de gewisheid der hoop: »Dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven". Zeker, ook na een werkvollen dag kan nog een

Sluiten