Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar 'k den Vader en den Zoon Eeuwig lofzing voor den troon,

Dan herhaal ik nog die klanken: God is liefd', o Englenstem,

Menschentong, verheerlijkt Hem!

III. Van de getuigenis der gerijpte Levenservaring werd de Stem beluisterd, en de Beteekenis naar vermogen vertolkt. Laat zij nog eenmaal haar recht ven spreken gebruiken om haren Eisch te vernieuwen, een eisch natuurlijk gewijzigd naar verschillende behoeften en toestanden.

Allereerst aan wie het Evangelie verwerpen, den eisch van klimmenden ernst. M. H. de zaak is ernstig, de tijd wordt hoogst ernstig, de eeuwigheid nadert voor allen, inzonderheid voor wie reeds lange jaren onder de prediking van het Evangelie geleefd hebben; de hand op het hart, wat hebt gij wérkelijk uit deze volheid ontvangen, en indien nog weinig of niets, mag het in iemands schatting een geringe zaak zijn deze genade vergeefs ontvangen te hebben? Stompt den prikkel dier vraag niet af met het denkbeeld, dat gij toch een zedelijk, een godsdienstig, een christelijk mensch kunt zijn, ook waar gij den Christus van het Evangelie verwerpt; mij heeft de tijd anders geleerd, en veeleer op ontroerende wijze gestaafd: »die den Zoon niet heeft, die heeft ook den Vader niet". Ik heb ze gekend, die begonnen zijn met de belijdenis hunner jeugd te verzaken, en altijd dieper gedaald, eindelijk gespot hebben met zedelijkheid en openbare welvoegelijkheid. En al blijft gij ook daarvan bewaard, is het weinig, als inde schaduw der bron van dorst te versmachten, en te leven, nu ja, maar het hoogste doel des levens te missen? Hoeveel zou er reeds gewonnen zijn, zoo gij heden althans besluiten kondt dat oude Evangelie nog eenmaal grondig te onderzoeken, waarvan waarheid en waardij door zulk eene wolk van getuigen

Sluiten