Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen zou, hoe vele vraagstukken, vroeger niet of oppervlakkig behandeld, in onze dagen zóó zijn onderzocht, dat er een geheel nieuw licht over is opgegaan, en verder nog opgaan zal. Maar zal ik mijn volle overtuiging uitspreken, het komt mij voor, dat de vorderingen des geloofs veel geringer zijn dan die der wetenschap, en naauwelijks kan ik mijn droefheid bedwingen, wanneer ik zoo vele en zoo uitnemende mannen zie, welke niet schromen te verklaren, dat hun gemoed christelijk, maar hun rede heidensch is, even als de wijsgeer jacobi, die klaagde, dat hij voortdurend geslingerd werd door twee strijdige stroomen, waarvan de éene hem opvoerde, en de andere nederwierp. Wat wonder, wanneer dus zeer velen in onzekerheid blijven verkeeren, niet slechts omtrent hetgeen tot de christelijke godsdienst, maar zelfs tot de godsdienst in den meest algemeenen zin van het woord, steeds gerekend werd te behooren? Want zoo godsdienst onmogelijk kan worden gedacht, daar waar het bestaan van een persoonlijk, zelfbewust, vrijmagtig God wordt geloochend, dan moet de ware godsdienst noodwendig worden ondermijnd, waar een Pantheïstische opvatting heerscht. En hoe verre zij nog van volslagen Pantheïsme verwijderd zijn, die de ingeschapen natuurkrachten niet langer van Gods wil onderscheiden, ik laat het gerust anderen ter beoordeeling over. Wat mij betreft, ik acht dergelijke Pantheïstische vermenging van Schepper en schepping, van God en natuur even jammerlijk en betreurenswaardig, als de regtstreeksche of zijdelingsche ontkenning van de zedelijke vrijheid en van de onsterfelijkheid der ziel, gelijk wij die wederom bij andere theologen aantreffen. Is er al of niet een persoonlijk, zelfbewust, vrij werkend God; is de menschelijke geest ja dan neen, onstoffelijk, zedelijk-verantwoordelijk, onsterfelijk? Op deze en dergelijke vragen

2

Sluiten