Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven velen, ook onder de meest geachte beoefenaars der godgeleerdheid, zoodanig antwoord, dat zich daaruit ligter laat opmaken wat zij niet kunnen gelooven, dan wat zij toch eigenlijk zeiven voor waarheid houden. Alles wat anderen aannemen, onderwerpen zij aan de scherpste kritiek; omtrent 't geen zij zelve willen, laten zij ons tamelijk onzeker. Volstrekt ongedachtig aan het schoone woord van ltjtheb, „dat de Heilige Geest geen Scepticus is," minachten zij nagenoeg elke leerstellige overtuiging van anderen als onberedeneerd en willekeurig. Stbatjss noemde eens de hoop op een toekomstig leven „den laatsten vijand dien de godgeleerdheid moest overwinnen." Voor zijne tegenwoordige geestverwanten schijnt, om kort te gaan, nu het Bovennatuurlijke de laatste vijand te wezen, tegen wien het niet slechts geoorloofd maar pligtmatig is een krijg te voeren, waarbij alle wapenen mogen worden gebruikt. Voorwaar, hebben wij vroeger reeds velen hooren klagen, dat de vijand stond voor de poorten der Kerk, ik althans zie geen reden mij te verwonderen, wanneer in onze dagen veel meer en luider klagende stemmen worden vernomen, dat de poorten en wallen zelve der veste worden geschokt en ondermijnd!

II. Doch een andere vraag dringt zich nu als van zelve op aan ons, wien het hier te doen is, niet om over den aangewezen stand van zaken te spotten of ook te treuren, maar dezen liever nog willen verstaan. Waaraan heeft de zoo even omschreven, thans zoo wijd verbreide denkwijs haar oorsprong ontleend, en door welke oorzaken is het nu zoo ver gekomen, dat voor niet weinigen, die aan de kennis van alle objectieve waarheid geheel wanhopen, de Socratische geloofsbelijdenis, dat de ware wijsgeer weet niets te weten, niet slechts de hoogste wijsheid, maar eigenlijk de eenige wetenschap

Sluiten