is toegevoegd aan je favorieten.

Drie tijdpreken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die, zooals de zaken nu staan, wel verleid kunnen worden om te zeggen: geld is magt, kennis is magt, maar ónze wetenschap is magtiger dan geld, en van alle kennis de magtigste. Hoeveel moet gij er niet voor willen doen en voor willen geven, dat al die mannen veelzijdig aan uwe Hoogescholen ontwikkeld, in het praktische leven blijken vrij te zijn van bekrompenheid en vooroordeel, gedreven door waarheidsliefde, in elk opzigt bekwaam voor den werkkring, waartoe zij zullen geroepen worden, vooral ook diep doordrongen van deze waarheid, dat de vreeze des Heeren het beginsel der wijsheid is. Groote waarde hecht gij, en niet zonder reden, aan wetenschap. Wat zouden wij ieder in onzen kring zonder wetenschap zijn? Maar met dat ééne woord is toch niet alles genoemd. Wetenschap zonder wijsheid is kennis zonder handen, zonder voeten, zonder mond; in één woord: kennis zonder de bekwaamheid, om zich voor de praktijk geschikt te toonen. Wijze mannen wilt gij van onze Hoogescholen zien komen, en derhalve ook aan onze Hoogescholen zien leeren; wijze mannen, zóó gevormd, dat zij tot alle goed werk, ieder naar zijne roeping, volmaakt toegerust zijn. Gij hecht groote waarde aan een gezond verstand, aan een juist oordeel, aan scherpzinnigheid, geestigheid, vernuft, en wat dies meer zij; maar dat alles is, zoo als gij te regt beweert, op zich zelf nog geen wijsheid, gelijk ook wetenschap en geleerdheid niet hetzelfde als wijsheid is. „Wijsheid," zegt gij „is" —

1*