is toegevoegd aan je favorieten.

De leervrijheid in de kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te voorzien. Mogen leeren in de Kerk wat hij wil, hij, de Predikant, dien men niet mag tegenspreken in de kerk (dat is trouwens goed voor de orde), dien men kan tegenspreken, o ja, waar men maar wil — maar niet van den preekstoel, zijn preekstoel, des Predikants spreekplaats, en ook niet in het kerkgebouw, terwijl hij op die spreekplaats staat, waar hij het woord alleen heeft. Mogen leeren wat hij wil — het eene jaar dit, maar 't volgende jaar het tegengestelde, omdat hij het nu beter meent in te zien, en een volgend jaar kan hij dan alles weer terug roepen. Mogen leeren wat hij wil aangaande God, — maar ook zoo over God mogen spreken, dat de God der Christenen, de persoonlijke, de waarlijk levende, denkende, willende, liefhebbende God, de God, die wonderen doet, wonderen in de natuur en in de geschiedenis — verdwijnt, om plaats te maken voor het Opperwezen, dat men met even veel regt aanroept en van wien men met even veel regt de verhooring zijner gebeden wacht, als van de Natuurwetten , die als zoodanig onveranderlijk zijn en zeker zeer opwekken tot vertrouwen, maar bijzonder weinig uitlokken tot eene vertrouwelijke uitboezeming van al hetgeen er omgaat in het bedroefde, verslagene, fel bewogene, diep geschokte, naar troost, naar vrede, naar vergeving van zonden, naar genade, naar liefde smachtende en smachtend uitziende zondaarshart. Mogen leeren wat hij wil aangaande Jezus. Wil hij Jezus voorstellen als den Middelaar Gods en der menschen — goed. Wil hij ontkennen, dat Jezus de