Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bemerkt, hij durft nog schrijven: „Is de onzin in het Theisme reeds groot genoeg, zoo is hij in het Pantheisme, indien mogelijk, nog grooter." Maar het Pantheisme behoeft zich daarvan bijna even weinig als het Theisme aantetrekken, omdat Dr. Büchner van beiden eene voorstelling geeft, die verre is van eene sprekende gelijkenis aantebieden.

En nu het zevende bewijs, dat dan eigenlijk volgens den redenaar geen bewijs is; het bewijs, waaraan men, zooals hij zegt, den treffende naam van het vertwijfelingsbewijs heeft gegeven, en dat het best omschreven wordt met het woord van Voltaire: „indien God niet bestond, zoo zou men hem moeten uitvinden." Volgens dit bewijs — welk bewijs? vraag ik — is het geloof aan God eene zedelijke en politieke noodzakelijkheid, en de onontbeerlnke grondslag van alle maatschappelijke orde, zonder welken de menschen noodzakelijk in barbaarschheid en regeringsloosheid zouden verzinken. Gij bemerkt, wg hebben hier te doen met het zoogenoemde „argumentum ab utili," maar dat immers niet eenmaal den vorm van een bewijs heeft en door niemand in ernst onder de bewijzen voor het bestaan van God wordt opgenomen. Dr. Büchner had het zonder schade voor de grondigheid van zijne bestrijding kunnen laten rusten. Waarom dan niet liever, indien hij volstrekt zeven bewijzen wilde bespreken, het zoogenaamde „argumentum a tutiori" behandeld, dat wel evenmin den vorm van een bewijs heeft, maar toch niet minder dan het zoogenaamde bewijs ab utili, door Dr. Büchner het vertwijfelingsbewij8 genoemd, aanspraak op vermelding mag maken? Gij herinnert het u. Het is veel veiliger te gelooven, dat God bestaat, dan dat God niet bestaat. Want bestaat God niet, dan is er nog niets verloren, indien men gelooft, dat Hij bestaat; maar bestaat God wel, dan heeft men het ergste te vreezen, indien men zijn bestaan ontkent. Het was wel eenigermate in Dr. Büchners belang geweest, de kracht van deze argumentatie te ontzenuwen! Wij moeten ons echter vergenoeg en.met

Sluiten