Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veeleer de „Vernunft," dan dat zij tot haar leidt. In plaats van de wereld in haar geheel begrijpelijk te maken, onthaalt deze philosophie ons op eene tegenstrijdigheid, die wij als onverduwbare spijs moeten afwijzen. De vrijmoedigheid, waarmede wij dit zeggen, wordt in dezelfde mate grooter, als wij langer nadenken over die ontwikkeling van de wereld in haar geheel gedacht. „De natuur," zegt Dr. Büchner, „is niet een werk, maar een resultaat, en wel een resultaat van een door millioenen en billioenen jaren zich uitstrekkend ontwikkelingsproces." Waarschijnlijk heeft hij, in het verband, waarin deze verklaring voorkomt, alleen aan onze aarde gedacht willen hebben. Maar indien hij van de eeuwige wereld als een geheel ook zegt, dat zij ontwikkeld is, moet hij toch ook van de eeuwige wereld, als Heelal gedacht, stellen, dat zij in haren tegenwoordigen toestand het resultaat is van een ontwikkelingsproces, dat zich uitstrekt door vele billioenen, laat het vele duizende billioenen en trillioenen eeuwen zijn. Gaan wij nu met onze gedachten eene lange reeks van millioenen eeuwen terug, om het ontwikkelingsproces der wereld, als een geheel gedacht, rugwaarts te volgen, wij moeten dan van al vroegere tot al vroegere ontwikkelingsstadiën komen, tot lang verleden ontwikkelingsstadiën, waarin bijv. van ons zonnestelsel als zonnestelsel nog niets aanwezig was, tot de vroegste ontwikkelingsstadiën, achter welke eindelijk geen ontwikkelingsstadiën meer te denken zijn; tenzij wij nog vroegere moeten denken, maar die dan toch eindelijk een allervroegst ontwikkelingsstadium onderstellen... en wij vragen, wat van de eeuwige wereld in haar geheel gedacht, als ontwikkeld, let wel, als ontwikkeld... waaruit?.... ten laatste overblijft? Maar dit is nog niet alles. De wereld is iets, dat in wasdom is; zij is, even als al hetgeen zij bevat, niet geschapen, maar geworden, niet gemaakt, maar ontwikkeld, zegt Dr. Büchner. Dat zegt hij in zijne Redevoering. Maar in zijn „Kraft und Stoff" zegt hij (bl. 13): „Om deze redenen is de

3

Sluiten