Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te zetten? Vrijheid? Maar Dr. Büchner heeft het niet in ernst gemeend. Opvoeding en beschaving; maar de opvoeders en beschavers zijn natuurprodukten. Welstand? Maar indien het groote natuurproces er niet voor zorgt, wat zal de mensch er aan kunnen doen? Doch dit alles daargelaten, moraliteit moet er toch ook volgens Dr. Büchner zijn; maar zij is niets anders dan de vrucht van eene wederkeerige conventioneele inschikkelijkheid, waarbij men elkander ontziet; de uitwerking van eene overerving, wier analogie zich ook in de dierenwereld laat aanwijzen. Dat de mensch in onderscheiding van de dieren een zedelijk wezen is, zich bewust van eene zedelijke verplichting te hebben; hiervan wil Dr. Büchner niets weten. Allerminst mag er natuurlijk spraak zijn van eenige verplichting jegens God. Volstrekt niet!!) Het Humanisme, waartoe Dr. Büchners Atheisme leidt, zoekt, volgens hem, de drangredenen van zijne zedelijkheid alleen in zichzelven en in het geluk der menschheid. Maar de menschheid is in haar geheel, gelijk in hare deelen, aan de natuurnoodwendigheid onderworpen. Voor het geluk der menschheid moet, zouden wij zeggen, de cirkelloop der stof met den cirkelloop der kracht zorgen. Deze twee cirkelloopen zijn daarvoor aansprake-

1) Vgl. hierbij eene aanteekening uit den 2n druk van Dr. Büohners Redevoering, bl. 60, waar hij zegt: „Eigenlijk is er geen boosheid, maar slechts onkunde, en onwetendheid is de bron van alle misdrijven (die Quelle aller TTebel). Zonde is krankheid, dwaling, vertwijfeling. Niet de Godsvrucht werkt verbeterend op de moraliteit, zooals de middeneeuwen duidelijk bewijzen, maar de veredeling van de zeden, van de wereldbeschouwing, de verbetering van het nationale leven enz., waarom dan ook in onzen tijd een geheel andere grondslag voor onze zedelijkheid gezocht moet worden, dan het phantastische, onpraktische en bovendien onware geloof aan God. De bron van alle goede handelingen is niet de Godsvrucht, maar het medegevoel en de tot gewoonte geworden overtuiging van den enkele, dat het plicht is, te werken voor en dienstbaar te zijn aan de menschheid, aan welke toch de enkele alles heeft- te danken wat hij is en heeft." Deze woorden, van welke wij er sommige gespatieerd lieten drukkeu, hebben geen nadere toelichting noodig. Zij bevestigen het boven gezegde.

Sluiten