Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zietdaar het laatste woord, dat de door Dr. Büchner aanbevolen Eenheidsphilosophie ons op de lippen legt. „Di buig het hoofd." Geheel anders eindigt hij echter zelf zijne Redevoering. Hij verwacht allerlei heerlijkheden van het Atheisme. „Hoe meer de mensch het phantastisch geloof aan God vaarwel zegtl) en zich op zijne eigene kracht, op zijne eigene rede, op zijn eigendenken verlaat," zoo schrijft hij, „des te gelukkiger zal hij zijn en des te meer voorspoed zal hij hebben in zijn grooten kamp met de natuur en met de ongunst der hem omringende elementen of levenstoestanden." Dat klinkt zeker zeer fraai, maar het is te vreezen, dat de Spreker geheel buiten den waard rekent. Onder zijn rozenkleurigen hemel vergeet hij toch de onverbidde-

- 1) Hier vinde nog eene aanteekening uit den 2n druk der Redevoering een plaats , te vinden op bl. 55 en 56: „De Theist of aan God geloovende handelt goed, omdat God het zoo wil, en omdat hij daarvoor van God eene evenredige belooning in een ander leven hoopt te ontvangen." (Wie heeft dit laatste den Spreker wijs gemaakt?) „Het goede wordt daardoor tot iets geheel uitwendigs en half gedwongens , tot iets werkheiligs, terwijl van echte zedelijkheid toch alleen daar spraak kan zijn, waar men het goede uit welbehagen in het goede zelf en uit de overtuiging van zijne nuttigheid en noodzakelijkheid voor zich en voor anderen doet." (Als men het goede uit welbehagen in het goede zelf moet doen, zal hetgeen Dr. Büchner het laatst noemt weg moeten vallen. Laat hij het laatst door hem genoemde staan, dan zal hij het eerste, dat men namelijk het goede uit welbehagen in het goede moet doen, moeten terugnemen. Overigens blijven wij Dr. Büchner vragen wat bij hem „het goede" is.) „De mensch wordt daarom in dezelfde mate beter, als hij zich meer van God afwendt." (Duidelijker kan het niet. De mensch wordt daarom in dezelfde mate beter, als hij zich-meer van God afwendt!..) „en het echte mensch-zijn toewendt. Theisme en echte deugd verdragen elkander niet," (Alles hangt hier af van het antwoord op de vraag, wat gij onder echte deugd verstaat!) „ofschoon natuurlijk daarmede niet gezegd wil zijn, dat theisten of aan God geloovenden niet voortreffelijke of deugdzame menschen zouden kunnen zijn." (Wel zeker, maar dan zijn zij inconsequent, zooals Dr. Büchner ook duidelijk zegt. Hoor slechts:) „Maar zij zijn het, zonder zich daarvan bewust te zijn, uit andere oorzaken, dan uit hun geloof aan God." (Altijd alzoo hetzelfde lied: Bij al wat u dierbaar is, geloof toch niet aan God!)

Sluiten