Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN.

*) Blz. 3. Proeven van een praeparatoir en peremtoir Examen, volgens Synodale Resolutien. Door Johannes Glaessen, Predikant te Leerdam. Amst. Mart. de Bruijn, in de Warmoesstraat, het zesde huis van de Vischsteeg, Noordzijde. 1788. — De Voorrede van 42 bladzijden is: „Aan mijne Eerwaerdige Medebroeders in den Heere, welken reeds in de Heilige Bedieninge zijn, of die begeeren om er toe te geraaken." Zoowel die Voorrede, als het boek zelf, leert ons den tijd kennen, waarin het uitgegeven is; beide zijn daarvoor karakteristiek. Mijne aanhalingen zijn alle uit de Voorrede, met verandering alleen van de spelling, en somtijds met verplaatsing van een enkel woord ter verduidelijking van den zin.

a) Blz. 12. De Dordsche Synode zelve eischte trouwens in hare 159e, 162e en 164e zitting, vgl. haar onderteekeningsformulier, evenzoo veel meer, dan de Kerkorde.

3) Blz. 13. Als „de Dordsche Kerkorde" maar dienst doet... dat is de hoofdzaak. In het. bovenstaande hebben wij niet gesproken over Art. 69: „Alle andere gezangen zal men uit de Kerken weren." Vgl. daarbij Art. 62 der Kerkorde van 1586. De Dordsche Synode bepaalde hetzelfde in hare 162e zitting, 19 Mei 1619. Dat hiermede de „Evangelische gezangen," in 1805 in de Nederl. Herv. Kerk ingevoerd, op zijde geschoven zijn, is niet onaardig bedacht. Dat het echter slechts een voorwendsel is, kan een kind wel begrijpen. Vgl. de treffende behandeling van deze quaestie door mijnen wakkeren vriend Ds.

Sluiten