Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elders aangetoond. In mijne openingstoespraak bij de hervatting onzer akademische werkzaamheden ten vorigen jare (1885) heb ik er mij aldus over uitgelaten:

. . . Vele jaren geleden, het was vóór uwe geboorte, konden wij vrede hebben met de onderscheiding tusschen liberalen en orthodoxen, waarbij zich dan als schakeeringen gematigd-liberalen en gematigd-orthodoxen lieten voegen. Hier en daar trof men dan nog eenige ultra-liberalen en ultra-orthodoxen aan. Later is de z. g. Groninger School opgestaan, en vervolgens, een goede 25 jaren geleden, begonnen zich de Modernen te vertoonen. Nu zouden wij ons in algemeenheden gaan verloopen, als wij voorstelden, met het oog op de richtingen en partijen, die zich in de Kerk laten gelden, eenvoudig van modernen en niet-modernen te spreken, of anders van orthodoxen en niet-orthodoxen. De niet-modernen toch, ofschoon zonder twijfel ééne lijn trekkende, in zoover zij niet met de modernen de naturalistische wereldbeschouwing zijn toegedaan, behooren toch, afgezien daarvan, geenszins tot ééne

groep, evenmin theologisch, als kerkelijk oeooraeeia. ue nitJiorthodoxen zijn veel te weinig kinderen van éénen geest, dan dat zij, tegenover de orthodoxen geplaatst, elkander de hand zouden kunnen reiken. Wil men met de verdeeling in twee groepen volstaan, men kan dan even goed tevreden zijn met de splitsing in ethischen en niet-ethischen, in irenischen en nielrirenischen, in heelen en halven. Maar de tijd is óók voorbij, dat men van orthodoxen en modernen met een middenpartij kan spreken. Die middenpartij, waarmede de z. g. Evangelischen werden bedoeld, staat niet. in het midden, tenzij dan in enkele gevallen, waar de aard der zaak een dilemma of een tweesprong doet ontstaan, en waar de vraag is: met de modernen links, of met de anderen rechts? Die anderen zijn de beide groepen, die vroeger als orthodoxen bij elkander behoorden, al waren er zonder twijfel toen reeds schakeeringen optemerken. Thans zijn zij uitééngegaan. De ééne groep, waar „gereformeerd" de leus is, stelt als eisch, dat de Kerkelijke Belijdenisschriften het laatste en hoogste woord zullen hebben, zopdat men bij de verklaring van de Heilige Schriften steeds in overeenstemming met de Formulieren van Eenigheid der Nederl. Herv. Kerk moet blijven; de andere groep daaren-

Sluiten