Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begeeren. Om vrede en vereeniging was het te doen; en nu weten wij 't immers allen: waar zulks het hart vervult, vloeit dit voort uit liefde. En de liefde, die liefde, welke in de harten van Gods volk aanwezig is, — de hoogepriesterlijke bede meldt er van. Zij is de liefde die, gelijk Paulus zegt, in hunne harten is uitgestort door den Heiligen Geest, die hun is gegeven, en waarvan Jezus bidt," dat zij in hen zij, gelijk Hij in hen is." Kind van God — zou men haast vragen — hoe is 't mogelijk dat uw hart er niet altijd onder verteederd is! „Ik bid voor hen," zegt de Heere Jezus, „opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader in mij en ik in U, dat ook zij in ons één zijn: opdat de wereld geloove, dat Gij mij gezonden hebt, en de wereld bekenne, dat Gij hen lief gehad bebt, gelijk Gij mij lief gehad hebt."

Waarom, moeten wij vragen, was dat doel dan vroeger het onbereikbare, en scheen het 't vierkant van den cirkel; en waarom kon men verwachten, dat het zulks thans niet meer wezen zou ? Ons antwoord is:

Hoog boven al wat menschen recht of onrecht deden, regeert God. Thans was het de tijd des Heeren, die dat hart en dien zin gaf, waar Owen het slechts afhankelijk van gerekend had.

En aan 's menschen zijde?

Met zulk een hart, en door de liefde van Christus gedreven, keerde men thans de vraag, die er gesteld was, eenvoudig om. Vroeger n.1. placht men t« vragen:

waarin verschillen wij?

En thans:

waarin zijn wij 't eens?

Ook bij de innigste toegekeerdheid .des harten placht

Sluiten