is toegevoegd aan je favorieten.

Andwoord aan "een jurist" op zijn open brief over een pleidooi van Tyrus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mer worden. Gij weet wel, mijn vriend! hoe ik dit bedoel. Ik scheid wetenschap en geloof niet van elkander af, op de mijns inziens volstrekt niet onschuldige wijze der zich modern-noemende theologie, die meent dat men God kan liefhebben met het gansche hart, doch zonder dat daarbij het ver stand door deze liefde des harten gevangen genomen, d. i. bevrijd worde. Neen, maar ik verbind wetenschap en geloof op het allerinnigste als vrucht en wortel daar de wetenschap mij niets anders is dan de verstandelijke verklaring van het leven des harten, van het bestaande geloof; en ik volkomen overtuigd ben dat zoo iemand niet is wedergeboren uit den Heiligen Geest, hij het Koningrijk Gods niet alleen niet binnentreden, maar ook niet zien kan. Men spreekt van een zich-verheffen van het lagere standpunt des Geloofs tot het hoogere standpunt des Wetens. Doch wat mij betreft, ik begrijp deze uitdrukking niet. Het Geloof is mij het meest heldere zelfsbewuste, ja in alle opzichten het hoogste en waarachtigste Leven : en mijn Weten is mijn lager, nog onharmonisch, nog schemerend leven, hetwelk ik tracht te verbinden.met het middelpunt van mijn bestaan, d. i. met mijn Geloof. Alzoo kan ik voor mij slechts spreken van een zich-verheffen van het lagere standpunt des Wetens tot het hoogere standpunt des Geloofs: van het lagere stand-