Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Ami Bost, gelijk hij in zijn Mémoires over het Béveil in Zwitserland en Frankrijk mededeelt, in 1820 de deelgenooten der „Opwekking" verflauwd vond in ijver en godsvrucht, en aan een zijner kalvinistische vrienden vroeg waarom hij toch de leeraren van Genève altijd over hun arianisme en socinianisme aanviel in plaats van hen van wereldschgezindheid en onbekeerdheid te beschuldigen, andwoordde hem deze : „O het is g e m a k k e 1 ij k e r te bewijzen dat iemand een Ariaan is dan dat hij een dienaar der wereld is". Merkwaardig woord, dat ons als met den vinger aanwijst hoe vruchteloos het is, door de leertucht het leven te willen verbeteren, de vrucht goed te willen maken opdat de boom goed zij, het Koninkrijk Gods te willen doen zien opdat de mensch wedergeboren worde!

II.

Wat is dan het redmiddel voor de Kerk van onzen tijd? Wij hebben het op bladz. 15 reeds genoemd. Het is de tucht, de ban, de ootmoedige schulderkenning der Kerk om, van binnen uit, zich door den Heüigen Geest weer te laten opbouwen. Eerst dan, als.de Kerk in haar geheel (d. i. in hare meerderheid, afgezien van de massa die door den voortgaanden afval meer en meer de Kerk verlaat) boete doet, de zonden der Vaderen en de eigene zonden erkent, kan zij weder leertucht oefenen; eerst dan zal de sluitrede: A is modern, de Confessie is daartegen, dus A moet van de Kerk geweerd — weder zoo eenvoudig worden als zij nu (zie bladz. 20) nog niet is. .

Daarom kunnen wij, schoon van harte de confessie beamende, niet confessioneel zijn; en schoon de revolutie ver-

Sluiten