Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en eeredienstvorrnen des Christendoms als het wezenlijkste op den voorgrond stelt. Hij doet een beroep op ons gevoel, op de weekheid onzer aandoeningen, om ons tot het hoogste op te heffen. Men heeft hem hierin beschuldigd van onbewuste huichelarij, van opwinding boven de mate van zijn eigen gevoel. Doch gij vergeeft mij, M. H! dat het mij onmogelijk is dit te gelooven van den man die zijne bekeering van den sterfdag zijner moeder dagteekende, en die zijn aanstaren van haar zielloos overschot beschrijft met de woorden: ik heb geweend, en ik heb geloofd. Maar zeker is het niet te min dat hij aldus, tégen zijne bedoeling, de godsdienst vernedert terwijl hij haar zoo welsprekend verheft. Het aesthetisch gevoel zal de dienares der Godsdienst zijn; en zoo is het werkelijk, doch in dien zin dat het gevoel zijn licht voor de godsdienst uitdraagt en deze het in al zijn kronkelwegen volgen moet. Jk waag het, met een kort woord het bestaande verschil in zijn grond te kenschetsen: chateaubriand maakt het beginsel der schoonheid tot Middelaar tusschen den mensch en God — de Christen daarentegen maakt den Middelaar Gods en des menschen tot het beginsel der schoonheid. (19)

IV.

Nog eene vraag rest ons ter beantwoording. Ik heb zonder in het minst de waarheid van het Christendom op zichzelve te beweren trachten aan te toonen dat het voor de geschiedenis in het algemeen, en voor de btterarische aesthetiek in het bijzonder, in geenen deele het-

Sluiten