Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen in verband met zijn geloof, maar ook zeer bepaald met zijn geloofsovertuiging. Zijn geloof en het onze, wat is het anders dan: „Ik geloof in den Heiligen Geest" — en in één adem dan verder: „ Ik geloof eene heilige algemeene christelijke Kerk"? M. a. w. van al wat hij omtrent de Kerk leert, mag verwacht worden, dat het bij hem (even als de voorgangers welke ik volg, daarnaar trachten) onm'ddelijk voortvloeije uit zijn geloof in den Heiligen Geest. En tusschen dat geloof en die leer mag men bij hem niet „verwarring" maar wel innig verband verwachten. Zoo is het natuurlijk ook: wie zon het durven of willen ontkennen?

Doch nevens den geloovige staat in hem een verdediger van het recht der Kerk, die aan het gezag der wet, aan de dadelijk-bruikbare, scherpbegrensde, onderwerping-eischende vormen der wet behoefte heeft. Waarom? Omdat hij voorstander en belijder is van eene geloofsovertuiging, welke mijns inziens in vele opzichten wettelijk is. Dit haar karakter blijkt vooral uit de haar eigene rangschikking der waarheden; waarbij zij namelijk het onfeilbaar gezag der Heilige Schrift als „de leerstelling der leerstellingen" (le dogme des dogmes) vooropstelt. Dit gezag der H. Schrift wordt namelijk niet, gelijk de Schrift het eischt, uit den inhoud der Schrift zelve opgemaakt; maar het wordt, grootendeels onafhankelijk van dien inhoud, allereerst op historische gronden vastgesteld. Daarna gaat men tot de schatting van den inhoud over. (1) Gelijk bij de burgerlijke wet, zoo is ook

(1) Uit de kerkg«scMedenia is bekend, dat deze beschouwing niet is die

Sluiten