Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik de Kerk geenszins verloren 'acht, maar juist uit de tegenwoordige ellenden eene nieuwe ontwikkeling voor haar te gemoet zie. Bovendien ook.eischt de zelfverloochening om der gemeente, wil thands nog, haar niet te doen. Want niet le overzien zou de strijd en verwarring zijn waarin vele geloovige gemoederen daardoor gewikkeld zouden worden, de huisselijke en andere moeijelijkheden waartoe ik velen brengen zou, het gevaar der uitlokking van allerlei daden die niet uit den geloove waren, waarvan ik de verandwoording zou op mij nemen. Daarom mag zulk eene daad van afscheiding niet geschieden tenzij de Heer een duidelijk teeken daartoe geve. Dat teeken zou vooral daaraan te herkennen moeten zijn dat dezelfde drang in een aantal van geloovige leeraars en leden der gemeente tegelijk ontstonde. Wij willen dit afwachten.

Maar wat is er dan nu te doen ? Boven alles is behoefte aan het gedurig gemeenschappelijk gebed'om den Heiligen Geest. Dat gebed mag echter niet zonder duidelijke bedoeling, als het ware in 't wilde en onbepaalde, worden opgezonden. Wij moeten ons bewust zijn van de bepaalde gave die wij door de werking des Heiligen Geestes hebben te vragen. Die bepaalde gave nu, wat kan zij anders zijn dan persoonlijkheden die onze toestanden volkomen begrijpen? Personen die te midden van de algemeene onzekerheid en verwarring in staat zijn, van 'sHeeren wege een helder, lichtvol woord van raad en bestuur te spreken: een woord.dat als eene electrieke vonk in duizend harten vallende, daar eene gelijke beweging, een vreugdevolle instemming doe ontstaan?

O laat ons dan tot dat gebed gaan, en anderen

Sluiten