Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke overmacht over een niet overtuigde minderheid.

En hier verzoek ik TJ op te merken dat ik hen die tegen ons overstaan, met voordacht niet-geloovigen genoemd heb. Waarom met ongeloo vigen? Omdat in hunne gistende massa twee bestanddeelen door elkander woelen, die nog niet duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn , maar die evenmin met elkaar vereenzelvigd en onder de gemeenschappelijke benaming ongeloovigen zamengevat mogen worden. Bij het bestaan van die gistende onklaarheid, bij de groote verwarring onzer dagen op geestelijk gebied, heeft het misverstand eene veel grootere uitbreiding dan vroeger. Korte dagen geleden sprak ik lang met een natuurkundige van die soort, welke ik op pag. 19 beschrijf. Hij openbaarde mij zijn weerzin tegen de door mij vooropgezette leer der Voorbeschikking. Ik beschreef hem uitvoerig de meening van Paulus in Bom. 8. Niet licht zal ik vergeten hoe hij mij, na diep gepeins, de hand drukte en mij toevoegde: „O indien deze heerlijke waarheid in hare geestelijke diepte beseft wordt, hoe veel recht is er dan om die gewijde vertroosting bij alle beschouwing der Waarheid vóóraan te stellen!" Ik dankte God voor den zegen op mijne zeer gebrekkige woorden, en leerde op nieuw verstaan met hoe veel recht het Schriftwoord overal de benaming ongeloof tot bewuste verwerping der erkende waarheid beperkt! Dezen man, die geenszins orthodox is, druk ik van harte als broeder de hand, en ben verzekerd, hooggeschatte Vriend! dat ook Gij het doen zoudt, niet alleen naar de ruimte van uw hart, maar ook naar de engte van uw geweten. Zegt gij hierop dat men toch tusschen leeraars en gewone leden der

Sluiten