Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar juistandersom, dit belijden, als openbaring van 's Heeren heerschappij in de Kerk als kerk, zal de reorganisatie der kerk natuurlijk en noodzakelijk tot gevolg hebben. Evenals uit de bekeering de goede werken volgen, niet de bekeering uit de goede werken.

Deze heerschappij des Heeren in onze Kerk als Kerk (*) door zijn Woord, begeeren wij dus, en verder niets. De reorganisatie ligt er in opgesloten. De Heer regeert de kerk, ook de onze, door de dienaren die zijn Ambt dragen (Ef. 4). Christus regeert de kerk door zijn organen; en wordt Hij daarin belemmerd, gelijk bij ons, zoo vragen wij reorganisatie. Maar, nog eens, die reorganisatie is slechts middel, dat als van zelf natuurlijk en noodwendig volgt; doch het doel is de heerschappij des Heeren Jezus Christus in onze Kerk als kerk; dit, dit alleen en volstrekt niets anders!

En nu, deze heerschappij van Christus wil het individualisme (bl. 2) d. i. de zelfzuchtige vroomheid, niet. Hat wil wel een zekere heerschappij van den »Geest" van Christus, d. i. allerlei goeds en schoons dat men zelf gaarne erkent, velerlei zegeningen die «het christendom", naar luid der historie, over de wereld spreidt. Maar het wil niet de heerschappij der liefde gelijk Christus, naar de H. Schrift, haar wil. Welke is die liefde?

Die liefde is eeuwig, want wij zijn »in Christus uitverkoren vóór de grondlegging der wereld." Zij heeft de allerhoogste innigheid die van eeuwig bestaat en ook eeuwig duurt; want Hij geeft zijn schapen het eeuwige leven. Zij is de liefde des Bruidegoms voor de verkoren Bruid, straks de Vrouw: een liefde die dus haar voorwerp noodzakelijk als één wil, want een gedeelde Bruid is levenloos, is een ongerijmdheid. Daarom verlangen wij naar de wederkomst van Christus, omdat wij dan als Bruid Hem tegemoet gevoerd en, voor Hem toebereid, met Hem ten volle vereenigd zullen worden. De liefde welke de Heer wil en welke zijn Bruid ook wil, vraagt niet wat wij noodig hebben tot onze vroomheid en zaligheid, maar wat de Heer

(') Deze uitdrukking „in de kerk «ls kerk" verklaren wjj op de volgende bladzijde. Zij is langwijlig, maar wij zijn er toe genoodzaakt omdat — overvloedige ervaring leert het ons — omdat als wij zeggen „in de kerk", zonder meer, de individualistische tegenstander onmiddelijk herneemt: „in de kerk is immers al wat gij begeert, reeds aanwezig: vele geloovige voorgangers en leden, veel belijdenis van 's Heeren Naam, enz. Ach, miskent toch niet het goede dat in onze kerk is overgebleven; miskent toch niet dat de Heer er werkelijk regeert!"

Sluiten