Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezocht werd. Daar waren ook bepaalde personen, priesters geheeten, die de idéé der heiligheid, die aan het geheele volk eigen was, als 't ware tastbaar en zichtbaar maakten. Zij waren de tusschenpersonen, de middelaars, tusschen God en zijn volk, met liederen en gebeden, bovënal met offers naderende tot den Heilige Israëls. Wat zijn de offers? De middelen, door God zeiven ingesteld en verordend, waardoor de zondige mensch tot Hem naderen mocht. Niet alsof in het offer op zichzelf, zij het bloedig of onbloedig, eenige waardigheid of verdienste gelegen ware, het offer heeft alleen kracht omdat God de Heere het aannemen, en er zijne genadige schuldvergiffenis aan vasthechten wil.

Deze priesterlijke bediening nu bereikte haar hoogtepunt, vond hare zuiverste uitdrukking in den Israëlietischen hoogepriester. Terwijl de gewone priester alleen als lid van zijn geheelen stand optredende, op de bepaalde dagen en voor de bepaalde diensten die hem naar vaste ordening waren aangewezen, zijn middelaarswerk volbrengen kon, was de hoogepriester ambtshalve voortdurend de vertegenwoordiger van Israël, het heilige volk, bij zijnen God. Door tal van wetsbepalingen zooveel mogelijk tegen verontreiniging beschut, en door eene rijke vorstelijke kleeding van al zijne medepriesteren onderscheiden, bekleedde hij in Gods oude volk eene geheel éénige plaats, en bracht hij „de heiligheid des Heeren", gelijk de gouden plaat aan zijn voorhoofd gedragen deze woorden ook bevatte, tot de hoogst mogelijke uitdrukking op aarde.

Gemeente des Nieuwen Verbonds ! dit alles is voor u van de grootste beteekenis, want al deze schaduwen en beelden hebben in uw midden hare vervulling gevonden. „Gij zijt — zoo getuigt het de apostel Petrus aan zijne broeders vreemdelingen — een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk, opdat gij zoudt verkondigen de deugden desgenen, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht." Als Gemeente des Heeren heb ik u toe te spreken en te behandelen. Ik mag niet doen of gij eene vergadering van louter heidenen zijt, die als de Atheners van weleer hier samenkomt om wat nieuws te hooren. Gij zijt gedoopt. Het verbond der verzoening en der genade is aan uwe voorhoofden bezegeld. En als verbondskinderen hebt gij u hier te gedragen. Wat is uw opgang hier in het huis des gebeds? Een gang naar een lokaal, waarvoor gij even goed een concertzaal of nutszaal gebruiken kondt, waar een redenaar u een uurtje stich-

Sluiten