is toegevoegd aan je favorieten.

De blijvende Heer daarboven (naar aanleiding van Romeinen 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudige verkondiging des Woords niets aantrekkelijks heeft. En aan dergelijke ongeestelijke begeerten moet men zoo min mogelijk voedsel geven. Maar ik heb inderdaad voor sommigen uwer wat op het hart, en daarom wil ik dat gaarne uitspreken.

Allereerst zeg ik u hartelijk dank, innig geliefde vader! voor uw woord van inleiding tot deze gemeente, waartoe de vriendelijkheid van den consulent u gelegenheid gaf. Hoe zijn de tijden veranderd! Als jongen zat ik onder uwe prediking, die mij gaandeweg de oogen deed open gaan voor mijn eigen zonden en voor de onuitsprekelijke liefde van Christus. Wat ik heb, en wat ik ben, dank ik naast God aan u. En — nu zal ik u moeten stichten, u onder mijne eenvoudige prediking zien, u de woorden des eeuwigen levens verkondigen!.... Ik zou wel zeer hoogmoedig moeten zijn, wanneer ik de zwaarte daarvan niet gevoelde, en daar niet tegen opzag. Maar toch ook weer, niemand heeft mij zóó geleerd bij de verkondiging des Woords niet als beoordeelaar maar als belijder neer te zitten als gij, en gij zult dat ook ten mijnen opzichte blijven doen. Aan den anderen kant kan ik God niet genoeg danken dat Hij ons weder te samen bracht in ééne stad, zoodat gij mij nu nog veel meer dan tot dusverre door uwen raad en omgang zult helpen steeds voller, steeds zuiverder de heerlijkheid van Immapuel te doen zien aan de kinderen dezer eeuw. De Heer geve dat voor u en mijne lieve moeder, onze overkomst herwaarts nog een vriendelijke zonnestraal op uw levensweg zijn moge! Die weg kort al op, o ik kan er haast niet zonder tranen aan denken, maar God zij geprezen: de zon die aan dezen kant zich tot ondergaan neigt, is dicht bij baren opgang aan gene zijde, en de schaduwen wijzen allen naar het Oosten! De weg loopt naar Boven, naar de eeuwige Stad!

Leden van het kiescollege! Gij hebt mij met groote en zeldzame eenstemmigheid voor de beroeping herwaarts aangewezen. Ik dank u voor uw vertrouwen, en hoop dat het ongeschokt zal blijven. Wanneer gij in mij zoekt een verkondiger van den Christus naar de Schriften, zult gij, geloof ik, niet teleurgesteld worden. Wanneer gij denkt dat ik mij als partijman of vaandeldrager van éénige richting hier kom vestigen, zult gij zeer bedrogen uitkomen. Alle menschen, menschenoordeel, menschengeschriften minder dan de ijdelheid zelve, maar Gods Woord toetssteen en regel voor alles — zóó zij en zóó blijve het! De Heere geve u wijsheid ook voor de keuze tot welke gij eerlang weder zult worden geroepen!