is toegevoegd aan je favorieten.

Ethische orthodoxie en modernisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barig optimisme, dat niet doordringt tot de onzienlijke, verlossingsbehoeftige wereld van zonde en dood. Hij verwerpt ook het subjectivisme, dat slechts eigen voorstellingswereld kent, zonder te komen tot de objectieve werkelijkheid Gods. — Dit realisme staat tegenover het idealisme, gelijk de pistis staat tegenover de gnosis. De pistis is een wilsdaad des menschen, uiting van zijn innigst streven, dat overreed is en aangegrepen door de openbaring der realiteit Gods; de gnosis beoogt bewustznnsverheldering, uitgaande boven 't geloof, dat een onvolgroeid weten wordt geacht. De realist houdt het ervoor, dat de mensch moet worden wedergeboren naar zijn wil en een' Verlosser noodig heeft; de idealist meent, dat de mensch volstaan kan met een' Leeraar, die zijn bewustzijn verheldert. — Zoo ongeveer De Hartog.

De vraag is: Zijn de begrippen des verstands ledige „Gedankendinge", fantasmen ? of zijn ze de som van wezenlijke eigenschappen der dingen, dus geen nomina, maar res? Zijn godsdienst en zedelijkheid theoretisch te rechtvaardigen als verhoudingen tot een buiten mij bestaande realiteit of zijn ze slechts verhoudingen tot voorstellingen in mij ? „Is de verlossing — vraagt Prof. Valeton *) — een dogma of een leit ? Is de wedergeboorte een theologoumenon of een realiteit ? Is behouden zijn een fictie of een toestand ?"

De ethischen beroepen zich op de ervaring, die vóór alle redeneering door de intuïtie ons verzekert van

1) Ethisch, blz. 24.