is toegevoegd aan je favorieten.

Theologie des kruises

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ergernis. Dan was het alleen te verklaren uit het feit, dat de Gekruiste inderdaad een verworpeling was, een valsche Messias. In Gods dienst hadden dan de „oversten dezer wereld" (1 Cor. 2 : 8) het rechtvaardig vonnis aan hem voltrokken. Was Christus echter, waarvan Paulus verzekerd was, de Kyrios, dan moest God in zijn verwerping onmiddellijk zijn betrokken, dan moest Hij die hebben gewild en zelf dat offer hebben gebracht. God is voor Paulus daarmee een andere God geworden. God is een God van ontferming geworden, daardoor, dat Hij Christus heeft overgegeven voor de zondaren, die zich van Hem hadden afgekeerd. Een zoenoffer is Christus dan geworden, door God in liefde gebracht, opdat aan Zijn gerechtigheid zou zijn voldaan (Rom. 3 : 25). Wie echter vergeving ziet als de drijfveer in den goddelijken wil, die ontwricht de wet, die gehoorzaamheid eischt. Toen Paulus dus vergeving leerde als de diepste beweegkracht in Gods gerechtigheid, vertolkte hij Christus' evangelie der verlossing van zondaren, maar koos daarmee wat den wetgetrouwen Jood tot een ergernis moest zijn en den naar cultuur of zelfs naar cultische reinheid vragenden Griek tot een dwaasheid.

Zoo kan God voor Paulus Zijn wijsheid slechts openbaren in de dwaasheid; Zijn hoogste glorie, Zijn barmhartigheid, het leven van Zijn leven, zich slechts bewijzen in den dood van den Kyrios, den Zoon Zijner liefde: God kan zich slechts toonen in Zijn ware wezen, als Hij het voor 't oog der wereld omsluiert. Een önmiddeüijke weg tot Godskennis is er niet. Wie Hem meent te vinden in Zijn schepping ziet niet meer dan het uiterlijk, geheimzinnig kleed. Wie zich vergenoegt met wetsgeboden, en ze met ijver en trouw vervult, nadert daardoor nog niet tot de gemeenschap met het goddelijk hart. Maar wiens blik hooger reikt dan de vergankelijkheid dezer wereld ,wiens vroomheidsleven geen vrede vindt in het doen van goede werken, wie beseft, dat hij niets kan uit eigen kracht maar veeleer vergeving behoeft voor zijn onwaardigheid en steun voor zijn onvermogen, die leert zich buigen voor het mysterie der wijsheid Gods in de dwaasheid van het kruis.