is toegevoegd aan je favorieten.

Gedachten over het begrip en de roeping der dogmatiek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het mag inderdaad vreemd heeten, dat de scherpzinnige denker, die voor 't eerst weer het lang vergeten onderscheid tusschen de waarheid zelve en hare dogmatische beschrijving heeft ontdekt en gepredikt, die bovendien niets anders dan het wezenlijk Christelijke tot keursteen van de menschelijke meeningen wilde verheffen — dat hij toch aan de dogmatiek weer geene hoogere taak opdroeg, dan de op een gegeven oogenblik geldende leer van een kerkgenootschap in een wetenschappelijk gewaad te steken.

Hoe weinig heeft hij ten dezen opzichte winst gedaan met zijne eigene ontdekking! Neen, de begrippen dogmatiek en confessie en kerk behooren niet onafscheidelijk bij elkander. De echte dogmatiek is a priori indifferent ten opzichte van iedere confessie. Aireen het Evangelie, alleen het Christendom met zijn inhoud van eeuwig leven, boezemt haar de hoogste belangstelling in.

Iedere kerkelijke praemisse wijst zij ernstig af. Zij moet beginnen met tegenover elk leerstuk, als zoodanig, eene sceptische houding aan te nemen.

Niet-sceptisch staat zij tegenover jezus alleen, tegenover het in Hem geopenbaarde leven Gods!

Verstaat mij echter wél. Er is eene zekere kerkelijkheid, waaraan geen dogmaticus kan ontkomen. Indien bij eerlijk man is, dan staat hij met zijne overtuigingen, met zijn persoonlijk godsdienstig leven, op den bodem van het kerkgenootschap, waartoe hij met volkomen bewustheid en uit eigene keuze behoort. De belijdenis der »Vaderen" is, wat hare kern, hare wezenlijke beginselen betreft, ook zijne belijdenis.

Natuurlijk zal deze omstandigheid onwillekeurig haren invloed doen gelden. Maar zoodra eene kerk van te voren meer van den godgeleerde mocht verlangen, en aan hare formules zijn onderzoek binden wil, dan wijst hij met fierheid dien dwang af en antwoordt: hoor, o kerk! ik