is toegevoegd aan je favorieten.

Hoe vertellen we aan onze kinderen de bijbelsche geschiedenis?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen, rotsen water geven en 't brood regent uit den hemel. Maar vertel uw kleintjes eens, dat God een arme weduwe hielp, 'n bedroefde moeder troostte, 'n armen blinde niet aan zijn lot overliet en in moeilijke tijden voor zijn ouden, trouwen dienstknecht zorgde. Als de kinderen dat gelooven, laat ze dan maar gerust ouder worden. Dan zullen ze heusch niet tot ongeloof vervallen 1 Vraag dan eens bv. in een Zondagschoolklas, of ze ook wel zulke voorbeelden weten. En dan gaan de oogjes schitteren en de vingers gaan in de hoogte en je krijgt verhalen te hooren van moeders, en van zusjes, en van grootvaders. O, wat weten die kleine kleuters de bijbelsche geschiedenis met hun eigen ervaringen aan te vullen! Heerlijk, zoo 't heele jonge leven om je heen tot één „bijbelsche" geschiedenis te zien worden!

Over 't algemeen moet men niet te spoedig zeggen, dat men de bijbelsche verhalen niet „gelooft". Gelooven wordt dan veel te veel in intellectualistischen zin genomen en de inhoud wordt met den vorm verward. Vat de godsdienstige waarheid in 't oog, leg er uw eigen levenservaring in en ge zult eens zien, hoe ge, al vertellende, zelf steeds meer gaat gelooven. We doen ons zeiven met 't vertellen van de bijbelsche geschiedenis soms meer goed dan onzen kinderen 1

En dan behoeven we ook geen gevoel van onoprechtheid te hebben. Straks kom ik daar op terug. Nu wil ik slechts dit ééne vragen: „hebt u ooit 'n gevoel van onoprechtheid gehad, wanneer ge den geheelen middag met uw kind in zijn phantasiewereldje meespeeldet ?" Ik nooit. Hoeveel te minder behoeven we dat gevoel te hebben, wanneer we ons door den Bijbel die wondere wereld laten binnenvoeren, waarin alles vol is van God, waarin alles, wat bestaat en geschiedt één groot wonder is, 't werk van God, 'n wereld, in haar wonderbaarlijkheid zoo echt, omdat echt gemeenschapsleven met God er den grond van uitmaakt.

In die wereld van goddelijke wonderbaarlijkheid voelt 't kind zich thuis. Dat moet ge bij 't vertellen van de bijbelsche geschiedenis goed beseffen.

Zoo kom ik tot m'n vijfde stelling: om naar eisch de bijbelsche geschiedenis aan onze kinderen te vertellen moeten we ons de wereld van 't kind goed inleven.

Een kind denkt plastisch. Een kind ziet, wat 't denkt. Wie aan kinderen iets wil vertellen moet 't aanschouwelijk