Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij worden gewaardeerd zooals zij ons gegeven zijn. Hunne beteekenis voor het godsdienstige leven, niet alleen van dien tijd, maar ook van onzen tijd, treedt in het helderste licht, 't Wordt alles ééne openbaring van naïef geloof, 't Wordt alles poësie, geest en leven!

't Is bekend, langs welken weg dit resultaat werd verkregen. Afziende van elke poging om in de evangelische geschiedverhalen eene historische kern te vinden, stelt Strauss ze op ééne lijn met de mythen van andere godsdiensten. Wel erkent hij, dat er in den eigenlijken zin van geen mythologie in het Christendom sprake kan zijn, daar het een God belijdt die onveranderlijk is, en daarom ook niet, gelijk bij de Heidenen, eene geschiedenis heeft. Maar men kon het begrip mythe ook ruimer opvatten. Men kon er ook onder verstaan eene naïeve, onbewuste verdichting der vrome phantasie, in den vorm van een verhaal, waaraan soms werkelijke gebeurtenissen, soms ook alleen godsdienstige gedachten ten grondslag liggen. In dien zin opgevat, is de mythe, volgens Strauss, in al de evangelische geschiedverhalen te vinden, waarin het bovennatuurlijke eene min of meer ruime plaats bekleedt. Hoe zulke mythen zijn ontstaan? Dit is gemakkelijk te verklaren. Diep was de indruk , dien Jezus van Nazaret door zijne zedelijke grootheid op zijne tijdgenooten, vooral op den engeren kring zijner leerlingen maakte; zóó diep, dat zelfs zjjn kruisdood dien niet kon uitwisschen. Is hij niet de Messias, die ons beloofd is? — zoo begonnen zijne aanhangers meer en meer te vragen. En het antwoord liet zich niet lang wachten. Weldra ontstond eene gemeente, eerst onder de Joden, later ook onder de Heidenen, die op Jezus als haren Messias hoopte. En hiermede was de weg voor de mythen-vorming gebaand. In een tijd, dat men zich met mondelinge overleveringen omtrent Jezus moest vergenoegen, moesten al spoedig allerlei verhalen in omloop komen, waarin de phantasie eene groote

Sluiten