Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaagd zijn, toch is zijn streven lofwaardig. Terecht begreep hij, dat het voor een wetenschappelijk man niet aanging, het' geloof der Christelijke Kerk eenvoudig weg te denken als iets, waarmede men volstrekt geen rekening heeft te houden; en dat het hem nooit gelukken zou haar voor zijne meeningen te winnen, als hij voor hetgeen hij haar ontnam, niet iets in de plaats gaf, dat beter of althans even goed voldeed aan de eischen van haar godsdienstig leven.

Uit dit oogpunt wordt dan ook de symbolische verklaring der evangelische geschiedenis aangeprezen. Zij zal, omdat zij de goddelijke trekken van het Christus-beeld niet uitwischt, maar ze integendeel sterk doet uitkomen, ook diegenen voldoen, die tot nu toe geweigerd hebben de resultaten der nieuwere critiek te aanvaarden. Ja, de stellige verwachting wordt uitgesproken, dat „naarmate het symbolisme dieper wordt opgevat, en consequenter wordt toegepast, ook de breuk tusschen christenen en christenen zal worden geheeld " en „die hoogere eenheid zal bereikt worden, waarin allen,' in wie iets van het ware christendom leeft, elkander als geestverwanten kunnen ontmoeten." (14)

Vergunt mij hierover nog een kort woord te spreken. Het kan niet anders dan een woord van verwondering zijn, van verwondering over de naïveteit, waarmede die verwachting wordt uitgesproken. Hoe kan men meenen, dat eene Kerk, die zich van Strauss en van Tubingen heeft afgewend, m een symbolisme zal berusten, dat haar het weittigje historie, door de critiek haar nog gelaten, ontneemt? Kent men dan de christelijke gemeente nog zóó weinig, dat men meent niets wezenlijks haar ontnomen te hebben, wanneer men haar symbool voor geschiedenis, idé voor feit in de plaats heeft gegeven? Zou zij ooit met dien ruil genoegen kunnen nemen'? Zou zij ooit kunnen komen tot de erkentenis, dat het door een misverstand was, dat zij achttien eeuwen lang den historischen grondslag onmisbaar heeft geacht voor haar

Sluiten