Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder dezen zelfs een drietal, dat ik te Groningen onder mijne ambtgenooten mocht tellen.

Dat ik van dat drietal u in het bijzonder vermeld, mijn trouwe vriend Lamers, zal wel niemand verwonderen, die weet, hoezeer onze namen sinds tal van jaren bij elkander behooren. Slechts kort heeft de scheiding geduurd. Wij zijn weder bij elkander. Hoezeer u dit tot vreugde is, weet ik. Ook hierin hebt gij dat getoond, dat gij, om mij een vak, dat mij lief was geworden, te laten behouden, niet geaarzeld hebt, meerderen arbeid op u te nemen. Ik dank u daarvoor. Op nieuw verzeker ik u, indien dit al noodig mocht zijn, van mijne trouwe vriendschap. Blijven wij elkander steunen in al wat edel is en goed, in al wat liefelijk is en welluidt.

Dien steun zegt ook gij mij toe, geliefde Doedes, die reeds in mijne jeugd de vriendenhand mij wildet reiken, en mij altijd met zooveel hartelijke genegenheid hebt gevolgd op mijn pad. Helaas, slechts weinige jaren zal het mij vergund zijn, aan uwe zijde te arbeiden in de godgeleerde Faculteit. Maar hoe weinige ook, zij zullen voor mijne wetenschappelijke ontwikkeling niet zonder vrucht voorbijgaan. Wie u kent van nabij, waardeert u om de vele schoone gaven van uw verstand en van uw hart. Is het niet onlangs, op uw zilveren feest, treffend gebleken, welk eene plaats gij hebt weten te veroveren en te behouden in de harten uwer hoorders? Ja waarlijk, gij verstaat daartoe het geheim, boven velen. Ga voort, mijn vriend, zoolang God u gezondheid en krachten schenkt, op den weg, met zooveel eere bewandeld. Veler achting en genegenheid, ook de mijne, verkwikke u.

Waarde Valeton, ook in u een geestverwant en vriend te vinden, is mij tot oprechte vreugde. Ook gij hebt mij van harte het welkom toegeroepen. Ik stel dit op hoogen prijs,

Sluiten