Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 46 : 9—12. Ps 74 • 20 Komt, aanschouwt de daden des Heeren;

Gelezen: Deuteron. 20. die verwoestingen op aarde aanricht;

Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de

spies aan twee slaat, de wagenen met vuur

Ps. 76 : 4, 7. Ps. 75 : 4.

Ps- 136 : 2- verbrandt.

Laat af, en weet, dat Ik God ben. Ik zal verhoogd worden onder de heidenen; Ik zal verhoogd worden op de aarde.

De Heere der heirscharen is met ons; de God Jakobs is ons een hoog vertrek. Sela.

Deze psalm is door Gods volk gedicht, na een uitnemende uitredding, door den Heere aan Jeruzalem en Juda bewezen. Men heeft wel gedacht aan de verlossing van de Assyriërs onder Hiskia. Men heeft ook gedacht aan't geen vroeger onder Josaphat geschied is, toen Móab en Ammon ééne lijn trokken tegen Israël, ook Edom, maar God ze onderweg door andere volksstammen liet aanvallen, waardoor ze in verwarring geraakten en elkander gingen vernielen, zoodat Israël niet eens behoefde te strijden.

Na zulke gebeurtenissen kon Israël wel zingen, gelijk deze psalm begint: „God is ons een toevlucht en sterkte; Hijiskrachtiglijk bevonden een hulpe in benauwdheden."

Als bij zulke dingen geleefd wordt, dan kan men wel eens al 't bruisen van aanval en tegenstand gering achten, tegenover de krachtige hulpe Gods, die men ervaren heeft en waarop men steunt. De Godvruchtigen kennen anders ook zeer wel vreeze. De Godsvrucht is niet hoovaardig en vermetel.

Josaphat zeide in zijn gebed: „O onze God, zult Gjj geen recht tegen hen oefenen? Want in ons is geene kracht tegen deze groote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze oogen zijn op U" (2 Kron. 20).

De verstandige zal de macht des vijands en het gevaar niet gering achten. Deed hij dat, hij zou geen prikkel hebben om tot den Heere toevlucht te nemen.

Maar wel kan de ervaring van de hulpe des Heeren zulk

Sluiten