is toegevoegd aan je favorieten.

De open kerk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intussen doet het er voor ons doel weinig toe, of men de gemeenschap der heiligen en de onzichtbare kerk al dan niet wil doen samenvallen, wij hebben als christenen toch in het bizonder te maken met de laatste en met haar verhouding tot de zichtbare. Dat zij onderscheiden moeten worden, is al uitgesproken en ook duidelijk. Reeds werd er op gewezen, dat de onzichtbare één, de zichtbare kerken vele zijn. Belangrijker is echter, dat de ervaring leert, dat in de kerken veel naam-christenen en buiten haar veel echte christenen gevonden worden. Het is al een oude uitspraak: sunt extra qui sunt in tra, sunt intra qui sunt extra (er zijn in de kerk die feitelijk buiten haar staan, er staan buiten haar die in haar behoren) en de genoemde geloofsbelijdenis spreekt in art. 29 van „het gezelschap der hypokrieten (huichelaars), welke in de Kerk onder de goeden vermengd zijn en hier-en-tussen van de Kerk niet zijn, hoewel zij naar het lichaam in dezelve zijn". In de empirische kerken behoeft men trouwens niet te geloven, men ziét ze. Uit de vermenging van beide kerkbegrippen is veel onheil voortgekomen. De zichtbare kerk wordt dan vereenzelvigd met de onzichtbare, de empirische kerk en dat is dan steeds de eigen kerk, wordt de ware kerk en aan haar worden alle praedicaten van de eerste toegekend. Zo doet het het Rooms-Katholicisme, wanneer zij leert, dat de Katholieke kerk op aarde een deel is van de ware, algemene Kerk der gelovigen en dus feitelijk een verwerkelijking in aardse verhoudingen en toestanden van het Godsrijk. Zo doet het echter ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis, wanneer zij haast onmerkbaar de overgang van de ware, onzichtbare Kerk naar de zichtbare, de Hervormde kerk voltrekt. Zo is het sinds dien ook in Protestantse kringen vaak, haast geregeld gedaan. Nog doet men het daar, weer opnieuwIn allerlei kringen, waar men de kerk verdedifit en ver-