Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen beiden uitgedelgd. Opdat hij beiden samen zou herscheppen tot één nieuw menschelijk geslacht. „En (zoo volgt er nu) [opdat] hij die beiden met God in één lichaam zoude verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende". De bedoeling van Christus was dus een dubbele. Daarvan is hier eerst genoemd de omschepping tot ééne nieuwe menschheid. En nu volgt beider verzoening met God. Niet alsof in orde de herschepping vóór de verzoening zou gaan. Het omgekeerde is waar. Maar de apostel is in het voorafgaande uitgegaan van het vroeger vervreemd zijn van de Epheziërs van het burgerschap Israëls. Nu echter zijn ze nabij geworden. Zoo lag het voor de hand, dat hij het eerst als vrucht van het kruis vermeldt het te voorschijn komen van de ééne vernieuwde menschheid, hoewel als grondtoon door heel het betoog heenspeelt de vergeving der zonden door zijn bloed. Maar nu keert de apostel weer terug tot zijn uitgangspunt van den beginne aan in dit hoofdstuk, namelijk dat ze zalig geworden zijn enkel uit genade. Vandaar dat de verzoening in onzen tekst voor heden morgen de sluitsteen is.

Daar is'geen grooter schat dan deze. Hebt ge haar leeren waardeeren, zoeken en kennen? Al had een mensch den grootsten voorspoed in zijn leven — zoo hij onverzoend met God staat, is er toch altijd reden voor angstige vreeze, want de dood kan hem treffen, en wat heeft dan een korte wijle van aardsch genot te bet eekenen bij een eeuwig wee! Gelukkig wie den vrede met God uit innige behoefte en uit den grond zijns harten leert zoeken in Christus, die voor zondaren aan Gods recht heeft genoeg gedaan. Dit geeft glans in hart en leven. Dit doet gelukkig leven en zalig sterven. Komt, gij die oprecht begeert te zijn, uit genade kinderen Gods begeert te wezen en tot God bekeerd te zijn, hoopt op God en hebt goede gedachten van zijne zondaarsliefde en barmhartigheid. IBidt, en gij zult ontvangen. Gij zult menigmaal ervaren wat de psalm zegt: „Hij, die door smart op smart Gedrukt werd, zond tot God zijn beê; Terstond verdween 't ondraagbaar wee

Uit zijn benepen hart". (Ps. 34 : 3).

Sluiten