Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt, zooals de profetie het belicht, zooals de profetie het doet verstaan.

O, dat ze de sprake Gods mochten hooren en verstaan! Er zou zelfkennis komen. Er zou verootmoediging komen. Bekeering zou er komen tot den levenden God, den God des genadeverbonds. Zullen ze nog wakker worden? Zullen ze nog hooren? O, er is een overblijfsel, voor 't welk het niet tevergeefsch zal zijn. Maar over 't geheel — Israël — zal 't nog hooren, en God zoeken en zich bekeeren? O, de profeet vreest; hij is bedroefd in zijn ziel. Maar de liefde en de ontferming dringt hem 't uit te roepen, of de dooden mochten hooren! Zoo ze hooren, God zal zich wenden van zijnen toorn; gerechtigheid en vrede zullen malkanderen kussen. (Ps. 85).

O, land, land, land! hoor des Heeren woord.

Komt, zingen wij nu met elkander:

Ps. 81:15, 16, 17.

II. Het is een jaar van gedachtenis van 1813, van de verlossing van 't Fransche juk. Overal, nu hier, dan daar, wordt het bevrijdingsfeest gevierd. Ook kerkelijk wordt herdacht, wat God aan ons land deed.

Wel waard, met dankbaarheid herdacht te worden. Indien de volkerenslag bij Leipzig anders gevallen ware, indien bijna twee jaren later Waterloo eert anderen uitslag had gebracht — onberekenbaar anders had dan in Europa de toestand kunnen worden; geheel anders ware dan voorzeker de gang van 't volksleven, de geschiedenis van Christus' kerk in ons land, en de toestand op dit oogenblik geweest.

God schonk de vrijheid weer, en schonk Oranje weer. Wat dit laatste beteekend heeft, laat zich niet in formule's uitdrukken, noch door redeneering betoogen. De verheffing, die de gedachtenis van Oranje geeft in ons volksleven, in de harten, hangt saam met de macht der historie op het gemoed, met wat God eertijds door dat geslacht wrocht, met het in ruimeren, al is het niet in bepaald geestelijken zin, mystieke leven des volks, dat altijd weer onweerstaanbaar opkomt, al waart de geest van socialisme en anarchisme ook rond.

Weliswaar is er in 1813 geen geestelijke regeneratie, geen leven der wedergeboorte, over ons volk

Sluiten