is toegevoegd aan je favorieten.

Mené, Mené, Tekél, Upharsín

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder al de merkwaardige zeer oude stukken, die in de laatste tientallen jaren in het Oosten opgegraven zijn, bevindt zich ook een gedenkteeken, van Belsazars vader afkomstig, die in dé ongewijde geschiedenis Nabonned genoemd wordt. Op dat gedenkteeken staat een gebed van dien vader voor zijn zoon Belsazar, gericht tot den maangod der Babyloniërs; Sin genaamd, waarin hij bidt dat zijn zoon dien god moge vereeren, dat hij niet aan de zonde toegeve, noch trouweloosheid begunstige.

"Wie Belsazar geweest is, is ons echter wel uit het boek Daniël bekend.

In den tijd, toen de dingen, in dit hoofdstuk vermeld, geschied zijn, was Babel belegerd door Cores; en in dezen zelfden nacht heeft de inneming plaats gehad. De Meden en Perzen hadden door grootsche werken de wateren van den Euphraat, waaraan Babel lag, afgeleid, en zijn door de droge bedding en de waterpoorten in de stad gedrongen. Onder leiding en aanvoering van twee naar den vijand overgeloopen waardigheidsbekleeders van Belsazar is toen een bloedbad aangericht, het paleis overmeesterd en Belsazar zelf vermoord. Zooals dit hoofdstuk eindigt: „In dienzelfden nacht werd Belsazar, der Chaldeën koning, gedood".

Cores heeft toen eerst over Babel gesteld een vorst, die in 'tboek Daniël genoemd wordt Darius de Meder. Later heeft Cores zelf daar de teugels van de regeering in handen genomen. Ook heidensche schrijvers vermelden in hunne historiën, dat de Meden en Perzen in den nacht Babel zijn binnengedrongen, terwijl in de stad de hofhouding aan een drinkgelag was, eri dat bij gelegenheid van die inneming Babels koning, door hen een „goddelooze" koning genoemd, gedood is.

In ontzettende kleuren hebben Israëls profeten van te voren den val van Babel geteekend. „Al wie gevonden wordt (zegt Jesaja), die zal doorstoken worden', en al wie daarbjj gevoegd is, zal door het zwaard vallen. Ook zullen hunne kinderkens voor hunne oogen verpletterd worden; hunne huizen zullen geplunderd, en hunne vrouwen geschonden worden. Zie, De zal